#Gezondheid #Management

Casus: Wat te voeren bij een koliekgevoelig paard?

Ieder paard is uniek en zodoende is ook het ideale rantsoen per paard verschillend. Hoe voer je bijvoorbeeld een koliekgevoelig paard? Voedingsdeskundige Anneke Hallebeek geeft voeradvies aan de hand van een casus.

Situatie: Quarter Horse met koliek

Een Quarter Horse (ruin, 5 jaar, 1,50 m) heeft geregeld last van lichte koliek en afwijkende mest. Het paard heeft dit al zijn hele leven. Soms zijn er goede periodes, maar niet duidelijk gerelateerd aan zomer of winter. Vaak bevat de mest, naast goede mestballen, wat extra water. De Body Condition Score is ongeveer tussen de -1 en 0 (=goed). De eigenaar traint het paard drie keer per week. In het verleden zijn veel maatregelen in het rantsoen geprobeerd. Verandering van ruwvoer, verandering van krachtvoer, extra supplementen, extra probiotica, maar niets heeft echt geholpen.

Het ruwvoer bestaat uit gemiddelde kwaliteit kuilvoer met een droge stofgehalte van ongeveer 65% (licht vochtig). Het kuilvoer ruikt fris en bevat geen bederf. Het paard krijgt hier vier keer per dag vijf kilogram van. Daarnaast bestaat het huidige rantsoen uit twee keer een kwart schep basisbrok plus een supplement voor de darmen (bevat biergist, probiotica in de vorm van bacteriën en vitamine B complex).

Oorzaak en gevolg

Bij problemen die al zo lang spelen is het moeilijk de oorzaak te achterhalen. In principe kan de oorzaak gelegen zijn in de kwaliteit van het ruwvoer, de verhouding tussen ruwvoer en krachtvoer, de voertijden, maar ook stress en afwijkingen in het paard zelf. Het kan zelfs zo zijn dat het paard als veulen een ziekte heeft gehad tijdens de ontwikkeling van de darmen en de darmflora.

Voor de darmgezondheid  is voldoende ruwvoer en frequent ruwvoer nodig. In dit geval lijken het rantsoen en voerschema wel te kloppen. Het feit dat hooi en andere voedermiddelen zonder succes zijn geprobeerd, kan te maken hebben met een te korte voerperiode. Ook kan vaak van voer veranderen juist aanleiding geven tot een verstoring van de darmflora.

Kuilvoer van deze relatief droge en frisse kwaliteit is een prima paardenvoer. Echter, als een paard blijvend darmklachten en water bij de mest blijft houden, kan het zijn dat dít paard er niet goed op reageert. Misschien wel omdat de diversiteit van de darmflora onvoldoende en goed van samenstelling is door fouten of ziekten in het verleden. Dan kan hooi een verbetering geven. Dit vraagt net weer een andere darmflora en voerafbraak.

Daarnaast is het stimuleren van de ‘goede’ bacteriën in de darmen mogelijk met pre- en probiotica. Deze zijn ook al geprobeerd, maar niet helemaal op de juiste wijze. Het huidig gebruikte probioticum bestaat uit bacteriën. Voor paarden is er geen bewijs dat bepaalde bacteriën de darmflora kunnen verbeteren. Alleen levende gistcellen zijn getest op werkzaamheid. Biergist bestaat uit dode gistcellen en werkt dus ook niet als probiotica. Op de verpakking van een supplement moet ofwel de merknaam (geregistreerd als additief) ofwel het aantal levende gistcellen die zijn toegevoegd (CFU = colonic forming unit) vermeld staan. Prebiotica zijn vezels van een bepaalde samenstelling die ‘goede’ bacteriën laten groeien. Inuline, pectine, scFOS (short chain fructo oligosacchariden) zijn voorbeelden. Om voldoende effect te krijgen, is wel een redelijke hoeveelheid nodig en volstaat een klein schepje niet.

Voeradvies

Om de situatie in de darmen te veranderen en een gezonde darmflora te creëren, moeten de maatregelen voldoende en passend zijn. Dat vergt een nauwkeurige samenstelling van het gehele rantsoen. Een bepaalde hoeveelheid hooivezels en daarnaast een bepaalde hoeveelheid andere typen vezels. Het paard heeft natuurlijk ook zijn andere voedingsstoffen nodig. Dit geheel kan je wel een dieet noemen. En omdat het van belang is dat het paard vooraf nagekeken wordt op bepaalde afwijkingen in de gezondheid, is het goed een dieetvoeding door de dierenarts te laten voorschrijven.

Voor dit paard is een dieetsamenstelling gemaakt met hooi en Bonpard Colon, een product dat is ontwikkeld voor paarden met chronische spijsverteringsstoornissen in de dikke darm. Om de vezels van zowel hooi als uit het aanvullende voer goed tot hun recht te laten komen, wordt de hoeveelheid hooi enigszins beperkt. Het is in deze situatie belangrijk de overgang heel geleidelijk te doen en daar minimaal 3 weken voor uit te trekken.

De eigenaar zag na twee weken (dus in de overgangsperiode) al verbetering van de mest. Het paard heeft geen koliekaanvallen meer gehad. Na twee maanden is overleg geweest en is het paard beoordeeld. De Body Condition Score was goed en de mest ook. De eigenaar heeft in overleg met de dierenarts besloten het rantsoen voorlopig niet meer te veranderen.

Vond je dit een interessante casus? Lees dan ook:
Casus: Hoe voer je een vermagerd paard?

Het complete artikel over voeradvies met nog een casus staat in het magazine VOER. Bestel hem hier!

En vergeet uiteraard niet een kijkje te nemen op Facebook!

Weet wat je paard eet. Abonneer je nu op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte! Nu abonneren