#Gezondheid

Goed rantsoen voor drachtige merrie noodzakelijk voor gezond veulen

Foto: Paula da Silva

Voor sommige merries begint het al aardig op te schieten, terwijl andere merries nog niet halverwege de drachttermijn zijn. De voeding van de drachtige merrie heeft niet bij elke fokker de volle aandacht. En dat is jammer. Juist de voeding van de drachtige merrie maakt of het veulen gezond ter wereld komt en een gezonde start maakt!

De body condition core

Laat je door de wat dikker wordende buik niet afleiden in de beoordeling van de voedingstoestand, oftewel de body condition score. Controleer elke maand het onderhuidse vetlaagje op een aantal plekken bij het paard. Als dit meer of minder wordt, weet je dat de balans tussen de energiebehoefte en de energieopname is veranderd. Tijdig bijstellen van het rantsoen kan voorkomen dat de merrie te dun of te dik wordt. Een te dikke merrie geef je geen 2 kilogram merriebrok omdat dat op de verpakking staat. Voor je het weet staat ze met hoefbevangenheid! Omdat ze aan het einde van de dracht wel meer mineralen en vitaminen nodig heeft, moet je een aangepast rantsoen maken, zonder extra energie dus.

Na 7-8 maanden

Na 7 maanden gaat het veulen pas echt groeien. Met als gevolg dat de merrie meer voeding nodig heeft. Maar heeft zij al overgewicht dan is extra energie niet echt nodig. Wel meer andere voedingsstoffen. Op ruwvoer gebaseerde rantsoenen zijn arm aan met name koper, zink, selenium en vitamine E. Vooral koper, selenium en vitamine E zijn belangrijk voor een gezond veulen en voor een goede kwaliteit biest van de merrie. Heeft de merrie een gezond rantsoen gehad tijdens de dracht, dan kan het veulen veel antistoffen krijgen uit de eerste melk, de biest. Zo verhoog je de weerstand en is de kans op ziekte beperkt. En omdat juist de eerste maanden zo belangrijk zijn voor een goede ontwikkeling van de darmflora bij het veulen, wil je liever niet in moeten grijpen met bijvoorbeeld antibiotica. Veulens die een slechte darmflora opbouwen, kunnen levenslang klachten blijven houden, zoals terugkerende koliek of slechte mest.

Energiebronnen

De energiebronnen van het merrievoer hebben ook nog invloed op de gehalten in de biest. Krachtvoer bestaat meestal uit granen en graanbijproducten. Dat levert een samenstelling op met een redelijk aandeel energie in de vorm van zetmeel en suikers. Onderzoek heeft aangetoond dat een krachtvoersamenstelling met minder zetmeel en suikers en meer vet en vezels een verhoogd linolzuurgehalte in de biest gaf. Ook dat is gezond voor het veulen. Een ander voordeel van deze verandering in energiesoorten in het merrievoer, is dat het voor de merrie gezonder is. Zetmeel en suikers geven een stijging van de bloedsuikerspiegel, met als gevolg een stijging van de insulinespiegels. Insuline is een hormoon dat de suikermoleculen uit het bloed naar de weefsels laat gaan. Merries kunnen een natuurlijke vorm van insulineresistentie hebben tijdens de laatste periode van de dracht. Merries met overgewicht kunnen ook insulineresistentie hebben door de overmatige vetopslag. Bij insulineresistentie ontstaan na suikeropname hele hoge insulinespiegels, die in verband worden gebracht met het ontstaan van hoefbevangenheid. Veiliger is het om energie aan merries in de vorm van vet en vezels te geven. Met een kleine bijdrage van zetmeel en suikers, omdat dit als energie voor het veulen wel geschikt is. Alles in de voeding draait om balans, zo ook hier.

Voeradvies

Het op de juiste manier voeren van de merrie tijdens de laatste 3 maanden van de dracht is van belang voor een gezonde merrie en een gezond veulen. Er is geen pasklaar voeradvies voor elke merrie. De body condition score moet het uitgangspunt zijn. Op basis daarvan stel je de hoeveelheid ruwvoer vast, en kan berekend worden welke aanvullingen nodig zijn. Dit kan tot aan de laatste maand van de dracht telkens iets aangepast worden.

Vond je dit een leuk artikel? Volg ons dan ook op Facebook!

Weet wat je paard eet. Abonneer je nu op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte! Nu abonneren