#Gezondheid

Krijgen paarden gaatjes van suiker?

Net als bij mensen kunnen er in het paardengebit ook gaatjes ontstaan. Diverse onderzoeken laten zien dat voeding, maar daarnaast ook drinkwater, waarschijnlijk een rol speelt. Hoe die rol er precies uitziet is minder duidelijk.

‘Gaatjes’, ook wel cariës genoemd, kunnen ontstaan in de kauwvlakken en aan de buitenkanten van de kies, dat wil zeggen in de wanden. Dit laatste heet perifere cariës en is de focus van dit artikel. De laatste jaren is er een toename van het aantal paarden met perifere cariës. Waarschijnlijk niet alleen als gevolg van een werkelijke toename, maar ook doordat het bekender wordt en paardentandartsen er meer op letten.

Hoe vaak en hoe erg?

Het is moeilijk te zeggen hoe vaak perifere cariës voorkomt. Uit onderzoek in Zweden en Groot-Brittannië bleek 6,1% en 8,2% van de paarden een vorm van perifere cariës te hebben. Bij onderzoek in Schotland (91%), Zuidwest-Engeland en Wales (51%) en West-Australië (58,8%) werden veel hogere percentages gevonden. Waar de grote verschillen vandaan komen, is niet bekend.

Net zoals de tandarts bij mensen niet ieder gaatje direct zal vullen omdat het nog ‘vanzelf’ goed kan komen, is ook niet ieder gaatje bij paarden even erg. De tanden en kiezen van paarden zijn iets anders opgebouwd dan die van mensen. Waar wij glazuur als harde buitenste laag hebben, zit er bij paarden nog een zachter laagje omheen. Dit wordt cement genoemd. Vaak blijft perifere cariës beperkt tot het cement en in minder ernstige gevallen kan dit weer herstellen. Paarden hebben daarbij het voordeel dat het gebit groeit en een aantasting er op de lange duur ook ‘uit kan groeien’.

Maar wanneer niets wordt gedaan aan de oorzaak, kan het verder gaan naar de onderliggende lagen en kan er pijn ontstaan. Bovendien is het cement belangrijk voor de stevigheid van de kies en door verlies van cement is er een grotere kans dat de kies breekt. De paardentandarts kan je hierover meer vertellen.

Voeding

Perifere cariës is volgens onderzoekers waarschijnlijk het gevolg van aantasting door zuren die vrijkomen als bacteriën in de mond fermenteerbare koolhydraten uit de voeding (onder meer suikers en fructanen) omzetten. Dit gebeurt vooral wanneer er sprake is van een verstoord evenwicht tussen het lichaam, het voedsel en de bacteriën. Wanneer een paard te veel of te vaak suikers eet, maken de bacteriën te veel zuren aan. Daardoor daalt de pH-waarde (zuurtegraad) in de mond en met name in de tandplak te veel. Doordat cement minder mineralen bevat dan glazuur, is het gevoeliger voor afbraak door zuren. Waar glazuur oplost bij een pH van 5,6 kan dit in het geval van cement soms al gebeuren bij een pH van 6,7; dat wil zeggen een minder zure omgeving.

Aan de andere kant zorgt het eten van vezels ervoor dat het gebit als het ware schoon wordt geveegd en zorgt de extra speeksel voor buffering van de pH. Daarnaast zou de zuurtegraad van het voer een rol kunnen spelen.

Krachtvoer

Er zijn verschillende onderzoeken gedaan naar het verband tussen (kracht)voer en het ontstaan van gaatjes, maar die laten niet allemaal dezelfde uitkomsten zien. In een onderzoek in Groot-Brittannië werd gecontroleerd of paarden perifere cariës hadden en werd met een vragenlijst achterhaald hoe hun voeding was geweest. Er werd een klein verband gevonden met de hoeveelheid krachtvoer. Perifere cariës kwam twee keer vaker voor bij paarden die 2,1 tot 3 kg krachtvoer kregen dan bij paarden die geen krachtvoer kregen. Het verband was echter niet sterk en bij minder dan 2 kg of meer dan 3 kg krachtvoer was er juist geen verschil met 0 kg krachtvoer. Mogelijk waren de aantallen paarden in het onderzoek niet groot genoeg om een duidelijker verband aan te tonen. Wanneer gekeken werd naar ruwvoer bleek dat paarden die kuilgras kregen niet meer of vaker perifere cariës te hebben dan paarden die hooi kregen.

Ruwvoer

In een onderzoek in West-Australië werden geen effecten gevonden van krachtvoer, maar juist wel van ruwvoer. Er bleek dat perifere cariës bijna drie keer vaker voorkwam bij paarden die haverhooi als ruwvoer kregen dan bij paarden die ander ruwvoer kregen. Wanneer haverhooi werd vervangen door een ander type hooi of door stro, bleek het gebit bij veel paarden na verloop van tijd te verbeteren. Gehakselde luzerne bleek het risico ongeveer anderhalf keer te verhogen, maar luzernehooi niet. De onderzoekers vermoeden dat het effect samenhangt met het suikergehalte van het ruwvoer. Haverhooi bevat over het algemeen veel suiker, zo rond de 20% met uitschieters richting 45%. Het suikergehalte in gehakselde luzerne is erg variabel, afhankelijk van de hoeveelheid toegevoegde melasse en cijfers daarover werden niet gegeven.

Effect van suiker

Om het effect van suiker na te gaan werd een vervolgonderzoek opgezet waarbij 28 paarden werden verdeeld over twee voergroepen. Eén groep kreeg gedurende drie maanden haverhooi met 27,8% wateroplosbare koolhydraten (WSC ≈ suikers + fructanen, hoog-groep) en de andere groep kreeg haverhooi met 13,9% WSC (laag). De overige voeding bleef gelijk aan wat de paarden gewend waren. De gebitten van de paarden werden voorafgaand en na afloop van de proef bekeken. Bij 60% van de hoog-WSC paarden ging het gebit achteruit terwijl dat bij de laag-WSC groep slechts 46,2% was. Bij de laag-WSC paarden liet 53,8% juist een verbetering liet zien, terwijl dit bij de hoog-WSC groep slechts 26,7% was. Nu wordt haverhooi in Nederland zelden gevoerd, maar een effect van suiker is ook onder Nederlandse omstandigheden interessant. De verschillen in de Australische studie waren echter niet significant, dus een effect van suikergehalte kon niet worden aangetoond.

Water

Naast ‘echte’ cariës kan er ook erosie/slijtage optreden die niet direct met bacteriën te maken heeft. Een voorbeeld is verdwijnen van cement als gevolg van zuur drinkwater. Deze erosie wordt ook wel eens onder perifere cariës geschaard.

In het Britse onderzoek bleken er grote regionale verschillen te zijn waarvan de onderzoekers vermoeden dat dit samenhangt met de kwaliteit van het drinkwater. Dit werd bevestigd in de studie in West-Australië. Het drinken van regenwater, dat weinig mineralen bevat en in dat deel van Australië vrij zuur is (pH 5,9), was gerelateerd aan 3,4 keer zoveel gevallen van perifere cariës als bij het drinken van grondwater. Bij een praktijkgeval in Zweden bleek het bufferen van het zure drinkwater na drie jaar een verbetering van de toestand van de gebitten op die stal te geven.

Vond je dit een interessant artikel? Volg Paardenvoerplein dan op Facebook!

Weet wat je paard eet. Abonneer je nu op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte! Nu abonneren