#Gezondheid

Lezersvraag: Ons veulen heeft dunne mest, wat zou hij tekort hebben?

Lezersvraag: “We hebben een veulen dat al van zijn geboorte geen mooie mest maakt. De dierenarts maakt er geen probleem van, maar wij zien het toch niet graag dat zijn staart aan de binnenkant een beetje nat is. Hij is al ontwormd en heeft al twee tubes vitamine gehad, maar het blijft hetzelfde. Hij drinkt volgens ons nogal veel water. Wat zou hij tekort hebben?”

Antwoord van dr. Anneke Hallebeek, specialist veterinaire diervoeding:
De mest is een belangrijk criterium om iets over de (darm)gezondheid van het paard te kunnen zeggen. Alhoewel het geen specifiek criterium is. Mest is uiteindelijk een resultante van de hele vertering. Het bestaat uit onverteerbare resten, dode darmwandcellen en uitscheiding in en van de darm en uit een deel van de darmflora. Afwijkende mest kan vele oorzaken hebben, zowel ín het paard, als daarbuiten.

Darmflora van veulen

Bij de geboorte bevat het veulen nog geen darmflora. Zowel tijdens als direct na de geboorte neemt het veulen de eerste micro-organismen op. Het opbouwen van de darmflora duurt een aantal maanden. De hele ontwikkeling van met name het achterste deel van het darmstelsel gebeurt tijdens de hele groeiperiode. De blinde- en dikke darm van een veulen zijn nog klein. Het opnemen van meer ruwvoer zorgt voor de ontwikkeling van de samenstelling van de darmflora en het volume van de blinde- en dikke darm.

De mest van een veulen is in de eerste weken zeer zacht en brijig. Het veulen drinkt vooral melk. Er is nog amper sprake van darmflora en fermentatieproces. Het gebit is nog onvoldoende aanwezig om goed te kunnen kauwen. In deze periode kan de mest wisselen van consistentie en ook vrij dun worden. Pas na weken of zelfs maanden is de darmflora voldoende voor wat fermentatie activiteit, neemt het veulen meer ruwvoer op en wordt de mest steviger.

Voer geen beschimmeld hooi

Verstoringen in dit proces en het niet goed opbouwen van een gezonde darmflora kan leiden tot een minder gezonde fermentatie. Infecties, parasieten of een antibioticabehandeling zijn daar voorbeelden van. Maar ook ruwvoer met bederf (zoals schimmel!) kan dit proces verstoren. Als de darmflora een instabiel evenwicht heeft, raakt het snel verstoord en is het gevolg een verandering van de mest.

Gezond veulen begint tijdens de dracht

Heeft de merrie tijdens de dracht een goed rantsoen gehad, dan maakt het veulen een goede start en heeft het wat reserves. Tegelijkertijd is de biest van goede kwaliteit en kan de merrie voldoende melk produceren. Uiteraard heeft de merrie na het veulenen een uitstekend rantsoen nodig met veel energie en eiwit. In dit geval komt het veulen niet snel iets tekort.

Als dit niet ideaal is, of is geweest, kan het zijn dat het veulen te weinig biest heeft gehad of te weinig melk krijgt, met als gevolg een mindere weerstand en een wat lagere groeisnelheid. Dit laatste is niet altijd makkelijk te herkennen. Een minder goede weerstand heeft invloed op de opbouw van een gezonde darmflora. Uiteindelijk is het immuunsysteem nauw verbonden met de darmflora.

Kleine tekorten aan specifieke nutriënten, zoals mineralen of vitaminen, zijn mogelijk, maar niet direct de oorzaak van dit probleem.

Wateropname

Te veel water drinken kan een gedrag zijn dat hij heeft aangeleerd. Water wordt in principe direct geabsorbeerd in de maag en de dunne darm. Het zal niet snel de dikke darm bereiken en daar de fermentatie verstoren of voor de dunnere mest zorgen. Je zou het eens kunnen meten door het veulen zelf met de emmer water te geven. De wateropname bij veel hooi eten is hoger dan bij veel gras eten (dat is al waterrijk). Hoe ouder het veulen des te minder melk hij drinkt en meer water hij opneemt. Een KWPN-veulen van 4 weken oud kan toch al 4 L water drinken. Is het veulen 2 maanden dan drinkt het 5,5 L water.

Hooi en een beetje veulenvoer

Geef het veulen onbeperkt toegang tot een gezonde en goed verteerbare kwaliteit hooi, dus meer zacht en fijn dan hard en stengelig. Na een maand of 3 kan het veulen extra (veulen)voer krijgen, maar met name om de overgang naar het spenen makkelijker te maken. Hou dit beperkt tot circa 300-500 gr per dag, en bouw het op naar 1-1,5 kg op speenleeftijd.
Probeer te voorkomen allerlei voedermiddelen of supplementen met pre- en probiotica te geven om de situatie bij een jong veulen te verbeteren. Je kan een natuurlijk proces dan ook juist verstoren. Kijk na het spenen of goed, gezond ruwvoer voldoende is, en anders kan een combinatie van verschillende vezelrijke voeders helpen om de darmflora te stimuleren.

Weet wat je paard eet. Abonneer je nu op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte! Nu abonneren