#Gezondheid #Management

Oudere paarden langer gezond door goed rantsoen

Zolang het gras groeit, krijgen oudere paarden nog voldoende binnen om op gewicht te blijven. Nu het herfstseizoen is aangebroken en de grasgroei is gestopt, kan de conditie snel achteruit gaan. Voor het oude paard een grote tegenslag, want de bespiering die hij kwijtraakt komt niet meer zo eenvoudig terug. Een goede verzorging en aangepaste voeding voorkomt veel en helpt oude paarden de winter door.

Niet elk paard heeft op dezelfde leeftijd last van ouderdomsklachten. Het ene paard zal pas bij 23 jaar klachten krijgen en het andere paard op 18-jarige leeftijd. Omdat veranderingen zeer geleidelijk gaan, kan je dat zelf over het hoofd zien. Bekijk het paard kritisch en laat ook eens iemand anders het paard beoordelen.

Ouderdomssymptomen

Elk jaar zal de achteruitgang in conditie iets meer zijn en iets sneller gaan. Als je nu de ribben erg goed kan voelen of misschien al ziet, dan is extra bijvoeding zeker nodig om nog gezond het voorjaar te halen.

Behalve de verandering in conditie zijn er nog meer symptomen waar te nemen. Veranderingen in het gebit maken het eten minder gemakkelijk. Het paard gaat trager eten en krijgt zo dus minder voer binnen als hij in de groep staat. Het ruwvoer wordt door malende kaakbewegingen als rolletjes steeds verder tussen de kiezen naar achteren gewerkt. Is het voldoende fijn vermalen dan slikt het paard dit door. Als dat niet lukt, zie je deze ruwvoerproppen op de grond of in de voerbak liggen. Slikt hij het toch door, dan kunnen deze slecht vermalen ruwvoerproppen zorgen voor darmklachten of zelfs een slokdarmverstopping. De vacht kan meer en langer zijn (past ook in het beeld van PPID) en in het voorjaar maar traag verdwijnen.

De mest ziet er niet altijd normaal uit. Het beeld van de mest kan variëren van goed tot papperig, met meer vezels en meer water erbij. Nieuw ruwvoer kan de samenstelling van de darmflora veranderen en leiden tot andere mest. Of tot koliek. Neem voor het veranderen naar nieuw ruwvoer ruim de tijd en voer ongeveer 2 weken oud en nieuw voer gemengd.

Verandering in stofwisseling

Wat je niet ziet, is de verandering in de stofwisseling van het paard. Veroudering heeft gevolgen voor de stofwisseling en door veroudering kan insulineresistentie ontstaan. Oudere paarden kunnen ook PPID krijgen, waar ook insulineresistentie bij hoort. De dierenarts kan met bloedonderzoek insulineresistentie bepalen. Maar helaas is dit slechts een momentopname en geen garantie voor de toekomst. Oudere paarden met een suikerrijk dieet lopen dus eigenlijk altijd het risico om hoefbevangenheid te krijgen. Naast krachtvoer en slobber kunnen ook gras, kuilvoer en hooi allemaal suikerrijk zijn.

Een aangepast rantsoen voor seniorpaarden bestaat uit voedermiddelen die niet al te veel suikers bevatten, maar wel goed te verteren zijn, ook zonder al te veel kauwkracht.

Verouderingsverschijnselen ontstaan zeer geleidelijk. Je houdt de veroudering natuurlijk niet tegen. Je kunt wel de condities waaronder het paard leeft zo goed mogelijk maken en het paard geregeld kritisch beoordelen. In samenspraak met je dierenarts zorg je voor een goed preventief verzorgingsplan. En maak je ook afspraken wanneer de tijd daar is om het paard uit zijn lijden te verlossen.

Voedingsmaatregelen

Begin allereerst met de keuze van het meest geschikte ruwvoer. Gras eet een ouder paard vaak nog goed, maar let op de risico’s van suiker, vooral in het voor- en najaar. Zacht en fijn hooi is een mooi alternatief. Maar ook dit kan een redelijk hoog suikergehalte bevatten. Laat een analyse maken en voer alleen ruwvoer met een suikergehalte beneden de 100 gram per kilogram droge stof. Harde stengels in grof hooi of in luzerne zijn niet goed fijn te malen en geen geschikt ruwvoer voor oude paarden met een minder goed gebit. Luzerne is in verschillende kwaliteiten verkrijgbaar. Het levert meer eiwit dan hooi en is niet suikerrijk. Is het niet al te hard, dan is het een fijne bijvoeding.

Eet het paard steeds minder ruwvoer, zoek dan een geschikte ruwvoervervanger. Een ruwvoervervanger is een product met een hoog vezelgehalte, maar niet te hard en bij voorkeur met nog een beetje vezellengte. Op een vezellengte van meer dan 2-2,5 cm gaat het paard kauwen en daarbij maakt hij speeksel aan. Wanneer het kauwen op ruwvoer weinig effect meer heeft, vormt dit een risico voor de gezondheid van het paard.

Compleet seniorvoer

De oplossing hiervoor is om over te gaan naar een compleet seniorvoer. Compleet seniorvoer is wel vezelrijk, maar kan het paard ook zonder veel kauwen goed verteren. Het levert energie aan het paard en bevat voldoende eiwitten, mineralen en vitaminen. Juist door alle voedingsstoffen in passende hoeveelheden aan het oudere paard te geven, kan je de gezondheid zo lang mogelijk goed houden. Het is altijd een belangrijke en moeilijke overweging of je een paard wel of geen ruwvoer meer gaat geven. Aan de ene kant is het voor het paard een natuurlijke manier van eten en is dit onderdeel van het natuurlijke gedrag en houdt dit het paard bezig. Maar aan de andere kant kan ruwvoer bij een slecht gebit leiden tot verstoppingen of koliek.

Zonder ruwvoer zal het paard in ieder geval minimaal vijf of zes keer per dag gevoerd moeten worden. En als het paard veel stress ondervindt van het niet kunnen kauwen op ruwvoer en gedragsveranderingen toont, is het de vraag of je het paard nog wel een goed leven kan bieden. Gelukkig zijn oudere paarden vaak goed tevreden met veel porties seniorvoer, als ze daarnaast kunnen rondlopen en sociaal contact hebben. Als het grasseizoen weer aanbreekt kan het best zijn dat ze daar nog redelijk wat van opnemen en weer aankomen.

Vind je dit een interessant onderwerp? Lees dan ook:
Voertips voor je oude paard

En bekijk onderstaande video:

of volg ons op Facebook!

Weet wat je paard eet. Abonneer je nu op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte! Nu abonneren