Sponsored by Dengie
#Gezondheid #Ruwvoer

Vezels voeren voor betere gezondheid en prestaties

Het paard is een planteneter, toch? Dit schijnbaar eenvoudige feit zou de leidraad moeten zijn bij alles wat we met onze paarden doen, inclusief hoe we ze voeren. Het spijsverteringskanaal van het paard functioneert het best als het bijna voortdurend wordt voorzien van (kleine hoeveelheden) vezelrijk materiaal met een lage energiewaarde. En wat doen we? We zetten paarden in een box en geven ze maaltijden met energierijk voer, wat ze in korte tijd op hebben. Feitelijk precies het tegenovergestelde van hoe het zou moeten!

Het is daarom geen verrassing dat veel paarden last hebben van maagzweren. Tot wel 90% van de paarden die op topniveau moeten presteren, zoals renpaarden, maar ook andere sportpaarden, hebben maagzweren. En ziektes als hoefbevangenheid en koliek komen nog net zo vaak voor als twintig jaar geleden.

Alle paarden hebben behoefte aan TLC – Tummy Loving Care!

De maag van het paard vormt, in tegenstelling tot veel andere herbivoren, slechts een klein deel van het spijsverteringskanaal, namelijk zo’n 10%. Dit feit heeft door de jaren heen geleid tot een aantal basisregels die moeten voorkomen dat we ongewild te veel voeren, waardoor maagproblemen ontstaan. Voedsel blijft ongeveer twintig minuten in de maag voordat het doorgaat naar de dunne darm. Van nature graast het paard 18 uur per etmaal en de paardenmaag is dan nooit helemaal leeg. Op basis van dit principe is het meest recente advies tot stand gekomen om het risico op maagzweren te verminderen. Maagzweren ontstaan door een teveel aan maagzuur dat in een lege maag kan ‘klotsen’. Door voor het werk twee handen vezels te voeren, wordt het risico op maagzweren verkleind. Het trainen of het rijden van wedstrijden op een lege maag zou voor paarden dan ook tot het verleden moeten behoren!

Waarom minder granen?

Granen bevatten zetmeel; dit doet de zuurgraad in de maag en de rest van het spijsverteringskanaal toenemen.
Het overgrote deel van de paarden heeft geen granen nodig. Voer waarin hoogwaardige vezels worden gecombineerd met olie leveren dezelfde hoeveelheid energie als voer op basis van granen, maar bevatten vaak tien keer minder zetmeel.
Pas op met op granen gebaseerd voer waarvan wordt gezegd dat het veel vezels en weinig zetmeel bevat. Vaak bevat het nog steeds veel meer zetmeel dan voer dat uit gehakte vezels bestaat. Daarom is op granen gebaseerd voer niet het beste voer voor het paard.
Voer dat uit gehakte vezels bestaat heeft daarnaast als extra voordeel dat paarden er langer op moeten kauwen. Hierdoor wordt er meer speeksel geproduceerd dan bij gemengd voer en biks. Speeksel is de natuurlijke buffer tegen maagzuur.

De negatieve effecten van omeprazol

In 2018 werd tijdens het Australasian Equine Science Symposium door Swanhall en collega’s een onderzoek gepresenteerd waaruit blijkt dat omeprazol de opneembaarheid van calcium in het rantsoen, afhankelijk van de bron, met 15 tot 20% vermindert. Anorganische bronnen, zoals kalksteen, waren minder goed opneembaar dan organische bronnen. De onderzoekers opperen dat hierdoor de behoefte aan calcium in het rantsoen wordt vergroot en om hieraan tegemoet te komen, worden organische (plantaardige) bronnen aanbevolen.

Luzerne bevat veel calcium en wordt vanwege de natuurlijke zuurbufferende eigenschappen al lang aanbevolen om het ontstaan van maagzweren te helpen verminderen. In het essay van Swanhall wordt gesuggereerd dat het toevoegen van luzerne aan het rantsoen van paarden die gevoelig zijn voor maagzweren, nog een voordeel heeft. De luzerne bevat biologisch beschikbare calcium, die mogelijk de door omeprazol verminderde calciumopname helpt bestrijden.

Opbouwen van een barrière

Paardenvoeding op basis van vezels.

Voedingsstoffen moeten door het weefsel van het spijsverteringskanaal heen kunnen gaan, maar datzelfde weefsel moet ondoordringbaar zijn voor alles wat schade en ziekte in het lichaam kan veroorzaken. Het darmepitheel (de maagwand) bestaat uit een enkele laag cellen die nauw met elkaar zijn verbonden. Als de verbindingen tussen deze cellen worden beschadigd, wordt het spijsverteringskanaal meer doordringbaar (de darmen kunnen gaan ‘lekken’). Steeds vaker wordt dit met de term ‘lekkende-darm-syndroom’ (of ‘leaky gut syndrome’) omschreven. Onder meer stress, onderbreking van de bloedstroom naar het darmweefsel (wat tijdens inspanning gebeurt) en een door het rantsoen veroorzaakt verhoogd zuurniveau in het spijsverteringskanaal worden als factoren gezien die het epitheel kunnen beschadigen.

Het is aangetoond dat het lichaam tijdens inspanning bloed aan het spijsverteringskanaal onttrekt en dit naar de actievere weefsels, zoals longen en spieren, stuurt. In de jaren ‘80 van de vorige eeuw werden studies uitgevoerd waarbij pony’s in een stapmolen maximale inspanningen moesten leveren. Hierbij werd aangetoond dat tijdens deze inspanningen de bloedtoevoer naar de alvleesklier, dunne darm, dikke darm en andere organen aanzienlijk afnam.

Bloedstroom naar de maag

Meer recentelijk hebben onderzoekers in een onderzoek bij ren- en springpaarden ontdekt dat wanneer er meer dan 4 of 5 keer per week (intensief) wordt getraind, de risicofactor voor ‘Equine Glandular Gastric Disease’ (EGGD, zweren in het klierachtige gebied van de maag) toeneemt. Dit lijkt de overtuiging te steunen dat de onderbreking van de bloedstroom naar de maag een factor is die bijdraagt aan het ontstaan van EGGD, doordat de van nature aanwezige beschermende mechanismen worden afgebroken. Het inlassen van minstens twee rustdagen per week heeft een beschermend effect tegen EGGD. Dit zou deels kunnen zijn doordat de bloedtoevoer naar de maag niet zo vaak wordt onderbroken.

In het klierachtige gebied van de maag worden drie gebieden onderscheiden:
• De fundus (maagkoepel) – hier wordt maagzuur geproduceerd.
• De cardia (maagingang) – heeft geen pariëtale cellen (cellen die zuur produceren), maar hier wordt slijm geproduceerd. Ook functioneert dit gebied als een sensor; wanneer het maagzuur dit deel van de maag bereikt, wordt een signaal gestuurd dat er voldoende maagzuur is geproduceerd.
• De pylorus – hier worden slijm en het hormoon gastrine (stimuleert aanmaak maagzuur) afgescheiden.

In de maag van het paard varieert de zuurwaarde tussen 1,6 en 6,5 pH, waarbij het klierachtige gebied het meest zuur is. Zetmeelrijk voer bevordert de zuurgraad in de maag en is dus niet gewenst wanneer wordt geprobeerd het risico op maagzweren te verminderen.

Vezels als brandstof

Dus we weten dat vezels belangrijk zijn voor de gezondheid van het spijsverteringssysteem. En het is duidelijk dat een paard gezond moet zijn om te kunnen presteren. Maar kan een paard in training werkelijk voldoende brandstof uit vezels halen?

Anders dan bij mensen, kan het paardenlichaam wel de in vezels opgesloten energie benutten. Dit heeft twee van elkaar afhankelijke redenen:

• Ten eerste heeft het paard bacteriën in het darmkanaal die in staat zijn vezels te fermenteren en af te breken waarbij de energie die de voeding bevat, vrijkomt.
• Ten tweede, het spijsverteringssysteem van het paard is zodanig ontwikkeld dat de vezelrijke materialen hier langzaam doorheen gaan. Hierdoor hebben de bacteriën voldoende tijd om de vezels af te breken.

Deze fermentatie vindt plaats in de blindedarm. De blindedarm van het paard is ongeveer een meter lang, lijkt op een zak en vormt het begin van de dikke darm. De blinde- en dikke darm samen vormen samen als het ware de tweede fase van het darmstelsel. Niet alle herbivoren hebben dezelfde anatomische aanpassingen waarmee ze vezels kunnen verteren. Herkauwers, bijvoorbeeld, verteren vezels in hun maag, die uit vier verschillende compartimenten bestaat.

Goede prestaties met vezels

Zweedse onderzoekers hebben aangetoond dat een dieet van louter ruwvezel kan voldoen aan de energiebehoeften van paarden die op topniveau moeten presteren, zonder dat er sprake is van conditieverlies. Tijdens het onderzoek bleken de paarden die uitsluitend ruwvezel kregen, net zo goed te presteren als de paarden die een op granen gebaseerd rantsoen kregen. Uiteraard moet dit ruwvezel van de allerhoogste kwaliteit zijn om ervoor te zorgen dat er voldoende energie beschikbaar is.

Naast energieproductie levert het fermentatieproces van de bacteriën ook andere voordelen op, namelijk:
De productie van B-vitaminen zoals biotine en B12 – de laatste is een onlosmakelijk onderdeel van het energiemetabolisme; vezelrijker voer staat daarom gelijk aan een betere energieproductie.
De productie van warmte – de vertering van vezels is het eigen centrale-verwarmingssysteem van het paard. Paarden die te weinig vezels krijgen, hebben meer energie nodig om warm te blijven en zijn tijdens de wintermaanden vaak moeilijker op gewicht te houden.
Ondersteuning van het immuunsysteem – een gezonde populatie van goede bacteriën betekent dat deze de schadelijke bacteriën kunnen bestrijden. Dit proces staat bekend als ‘competitieve uitsluiting‘.

Het bovenstaande is niet mogelijk als er geen vezels worden gevoerd om de goede bacteriën te voeden. Als ‘het noodlot toeslaat’ en er te veel zetmeel in de dikke darm komt, leidt dit tot een verzuurde omgeving waarin de goede bacteriën afsterven. Dit is de eerste stap in een reeks van gebeurtenissen die uiteindelijk kan leiden tot problemen zoals koliek of hoefbevangenheid.

Op zoek naar voeding op basis van vezels? Meer informatie vind je op de website van Dengie.

Weet wat je paard eet. Abonneer je nu op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte! Nu abonneren