#Gezondheid #Management

Voeren tegen verveling bij minder beweging

In deze bijzondere periode waarin de hele wereld stil lijkt te staan, is ook de bewegingsvrijheid voor veel paarden gelimiteerd. Net als wij moeten ze het doen met een kleine oppervlakte en weinig afleiding. Maar meer nog dan voor ons is beweging voor het paard een noodzakelijke levensbehoefte. De uitloop en training die we geven, doen we niet alleen omdat het leuk is, maar ook omdat het hele innerlijke systeem van het paard hier baat bij heeft.

Als de situatie niet anders kan en de paarden veel op stal staan, zorg dan voor afleiding. Mag je naar het paard komen, gebruik dan die tijd om beweging te geven. Dat hoeft niet intensief, wandelen is ook goed.

Paarden zijn bewegingsdieren

Paarden zijn van nature bewegingsdieren. In de natuur lopen ze rond en gaan ze op zoek naar voedsel. Het verteringssysteem, maar ook de stofwisseling is hierop afgestemd. Door beweging wordt de bloedsomloop geactiveerd en hierdoor de voorziening van zuurstof en voedingsstoffen naar alle delen van het lichaam. Tegelijkertijd verbetert ook de afvoer van vocht uit de weefsels. Bij weinig beweging blijft meer vocht in het onderste deel van de benen achter en krijgt het paard stalbenen. Beweging stimuleert ook de doorstroming van het voer door de darmen. De darmen gaan meer samentrekken en masseren zo het voer van voor naar achteren. Loopt het paard minder, dan kan dit effect hebben op de vastheid en droogte van de mest.

Houd het paard bezig

Als het paard langer op stal staat, verrijk dan de box met diverse soorten ruwvoer. Houd het paard langere tijd bezig door het ruwvoer in een slowfeeder te geven of een dubbel hooinet. Leg wat takken in de stal. Geef bijvoorbeeld nog een hardgeperst blok hooi of luzerne in de voerbak of een andere hoek van de stal. Door wat variatie te geven, kiest het paard waar hij zin in heeft en daag je hem uit meer moeite te doen het ruwvoer te kunnen eten.

Voorkom een te dik paard

Natuurlijk moet je wel voorkomen dat je paard te dik wordt. Helemaal onbeperkt ruwvoer geven is niet mogelijk. Zelfs vrij grofstengelig hooi bevat toch nog zoveel energie dat dit voor een weinig bewegend paard te veel is. Paarden slaan overtollige energie op als extra vet in de buik. Hier zie je niet veel van, tenzij het heel veel is. Maar ook het onderhuidse vetlaagje wordt meer. En dat kan je zien en voelen. Kleine verschillen zijn niet makkelijk te voelen, zeker niet binnen een paar weken. Om toch zeker te weten dat je niet te veel voert, is het goed om maat te houden en zelf te bepalen wat je paard aan ruwvoer krijgt. Als je meer andere voedermiddelen erbij gaat geven, ter afleiding en bezigheid, telt dit natuurlijk wel op in de energieopname.

Overschot aan energie

Neem als voorbeeld een paard van 1,60 m. Normaal train je 5 keer per week gevarieerd dressuur en buitenritten. De conditie van het paard is goed, dat wil zeggen je ziet geen ribben, maar je voelt ze direct onder de huid. Het paard krijgt 3 keer per dag 3 kg gemiddelde kwaliteit hooi en 2 keer 1 kg krachtvoer. Door de omstandigheden is training niet meer mogelijk. Je besluit het paard een extra voerbeurt te geven. Hierbij geef je extra ruwvoer, twee hardgeperste luzerneblokken, wat wilgentakken en een kilo wortelen. Het krachtvoer verminder je naar 1 kg per dag. Dit rantsoen krijgt het paard ongeveer 4 tot 6 weken. Hopelijk kan je daarna weer verder trainen.

Het paard heeft minder energie nodig, maar je voert meer om de verveling tegen te gaan. Dat leidt tot een flink overschot aan energie (EWpa) voor het paard. Hetzelfde geldt voor de opname aan eiwit (VREp) (zie grafiek).

Grafiek 1: Verhouding tussen de opname en behoefte aan energie en eiwit bij drie verschillende rantsoenen. De lijn bij 100% geeft aan dat het paard exact opneemt wat nodig is.

Meer dan 150% energie geeft een flinke aanzet van extra vetweefsel. Afhankelijk van de tijd zal je dit aan het paard kunnen zien en voelen. Het gaat heel geleidelijk en daarom zal je het niet snel in de gaten hebben. Stel dat je paard als gevolg hiervan insulineresistentie ontwikkeld, dan kan hoefbevangenheid een wel heel naar gevolg zijn van deze quarantaineperiode.

Aangepast rantsoen

Door het rantsoen aan te passen, kan het paard wel voldoende ruwvoer krijgen, maar neemt de vetophoping niet zo snel toe. Bij het aangepaste rantsoen is het hooi verminderd en gemengd met stro (8 kg en 3 kg), het krachtvoer is verwijderd, de wortelen, luzerneblokken en takken zijn gebleven. Door het ruwvoer te mengen en in een slowfeeder te geven, verspreid over de dag, geef je het paard voldoende kauwgelegenheid.

Let wel goed op de mest als je stro gaat bijvoeren. Het kan zijn dat dit tot stevigere mest leidt. Met weinig beweging kan veel stro eten eerder een verstopping geven. Heeft het paard moeite met mesten, voer dan minder stro. Wat extra geweekte bietenpulp kan helpen de mest te verbeteren.

Nog wel even een puntje van aandacht is de voorziening van mineralen en vitaminen. Met een liksteen kan het paard zelf bepalen hoeveel zout hij wil. Maar het is geen goede en bewezen methode om andere mineralen en vitaminen zo te laten opnemen. Beter is om dit zelf toe te voegen met een goed supplement. En dat is nodig omdat het paard nu geen krachtvoer meer krijgt.

Vond je dit in interessant onderwerp? Lees dan ook:
Hoe voer je een paard op boxrust?

En volg ons op Facebook!

Weet wat je paard eet. Abonneer je nu op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte! Nu abonneren