#Gezondheid

Wat als… je paard overgewicht heeft?

Dat veel paarden overgewicht hebben is een redelijk bekend feit. Door iets te veel eten, iets te rijk eten, en vaak te weinig beweging nemen veel paarden elke dag een beetje meer energie op dan ze nodig hebben. Soms weet je zelf al dat je paard niet helemaal strak in het pak zit, vaak zal een dierenarts je daar voorzichtig op wijzen en aangeven dat de extra pondjes er eigenlijk af moeten. Maar dan?

Risicoanalyse

De reden dat dierenartsen je waarschuwen als je paard overgewicht heeft, is het feit dat dit kan leiden tot hoefbevangenheid. Daarnaast heeft het uiteraard effect op de prestaties en de algehele gezondheid. Niet elk paard krijgt hoefbevangenheid bij overgewicht. Sommige paarden zijn daar dus meer gevoelig voor. Hoefbevangenheid ontstaat als gevolg van insulineresistentie of insulinedysregulatie. Dit is een verstoring van de glucosehuishouding.

Insulineresistentie

Het risico om insulineresistentie te krijgen is afhankelijk van de mate van overgewicht, maar ook van het ras en de fysiologische status. Sobere rassen lopen een groter risico dan warmbloedrassen. Zij hebben namelijk al een genetische aanleg om zuinig met energie om te gaan. Het mechanisme wat hierachter zit, is hetzelfde mechanisme wat tot hoefbevangenheid kan leiden, namelijk insulineresistentie. Maar dan in een heel lichte vorm. Opvallend is dat ook hoogdrachtige merries een heel lichte vorm van insulineresistentie laten zien. Deze normale regulering van de glucosehuishouding zorgt ervoor dat het veulen van voldoende energie wordt voorzien. Maar daarmee is deze categorie paarden dus ook gevoelig voor hoefbevangenheid als ze tijdens de dracht ook nog eens overgewicht krijgen.

Overgewicht of obesitas

De exacte vetmassa van een paard is lastig te beoordelen. De controle van de vetlaag onder de huid zegt wel iets, maar niet alles. Onzichtbaar is de vetophoping binnenin het paard. Bij dezelfde score aan de buitenkant kan het bij verschillende paarden binnenin sterk uiteenlopen. Misschien dat daarom ook het ene paard eerder hoefbevangenheid krijgt dan het andere paard. Toename van het vetlaagje is wel een signaal dat de balans tussen voer en behoefte niet klopt. Door regelmatig de conditie te beoordelen heb je dit in de gaten. Neem maar aan dat bij toename van het onderhuidse vet ook de vetreserves in de buik meer worden.

Meten is weten?

Een bloedonderzoek kan inzicht geven in de huidige status van de insuline-gevoeligheid. Dit is geen garantie, maar kan aangeven hoe voorzichtig je moet zijn met het voeren. Of hoe groot de noodzaak is om vetreserves te gaan verminderen (vermageringsdieet). Helaas kan het voorkomen dat het bloedonderzoek niet een ernstige insulinedysregulatie laat zien, terwijl deze stofwisseling toch verstoord is. Heeft het paard afwijkende vetophopingen en een harde nek en is de verdenking dat het risico op hoefbevangenheid groot is, dan is het verstandig om op safe te spelen en toch het rantsoen aan te passen.

Stappenplan bij overgewicht

  1. Schat de vetlaag in en beoordeel de dikheid en stevigheid van de nek. Is de vetlaag op de ribben meer dan 1,5-2 cm, dan heeft het paard veel overgewicht. Een harde nek kan duiden op insulineresistentie (is niet altijd zo). De dikte bij de staart lijkt vrij goed gerelateerd te zijn aan de ernst van het overgewicht. Dus een heel dikke plooi vet boven de staartaanzet betekent veel vetreserves in het hele lijf.
  2. Schat het risico in voor hoefbevangenheid op basis van de mate van overgewicht, het ras en wel of niet hoogdrachtig.
  3. Beperk bij overgewicht altijd weidegang. Gras kan suikerrijk zijn (soms vrij plotseling) en dus voor hoefbevangenheid zorgen.
  4. Laat het hooi analyseren. Bij een suikergehalte van meer dan 100 g per kilogram droge stof geeft dit bij paarden met insulinedysregulatie een verhoogd risico op hoefbevangenheid.
    • Suiker kun je uit het hooi spoelen met water. Dit kan voldoende tot een hoogte van 140 g suiker per kilogram droge stof in het ruwvoer. Bevat het hooi meer suiker, dan blijft het hooi toch te suikerrijk na het uitspoelen. Leg het hooi een half uur in warm water. Niet langer, want dan stijgt het bacteriegehalte in het hooi enorm en is het voor de darmen minder gezond. Het hooi moet direct opgegeten worden.
    • Een andere optie is om het suikerrijke voer te mengen met suikerarm hooi.
  5. Voor de meeste paarden is onbeperkt hooi te veel en zul je moeten gaan beperken. Zorg dat het voersysteem en -management is aangepast, zodat het paard voldoende ruwvoer krijgt en niet te lang zonder eten staat.
  6. Geef meer beweging! Inspanning verbetert de insulineresistentie en verlaagt dus het risico op hoefbevangenheid. De energiebehoefte stijgt, en dus kan het paard meer van zijn eigen vet gebruiken als energiebron. Dan moet je natuurlijk niet meer gaan voeren (!).

Vermageringsdieet

Een vermageringsdieet is een vrij ingewikkelde puzzel. Laat een voeradviseur of dierenarts dit voor je opstellen. Als je hiermee fouten maakt, kom je van de regen in de drup. Bijvoorbeeld door te weinig ruwvoer te geven, of onvoldoende eiwit of vitaminen. Zet een drachtige merrie nooit zomaar op een vermageringsdieet, maar alleen onder begeleiding van een deskundige.

Belangrijke tip

Controleer elke maand de conditie van je paard en pas het rantsoen of de training hierop aan. Zo voorkom je verrassingen dat het paard ‘opeens’ te dik is. Het bijstellen is dan relatief eenvoudig en de risico’s op hoefbevangenheid beperkt.

Ook interessant:
Paarden met ‘spaarzaam’ genenpakket eerder last van overgewicht
Overgewicht: serieus probleem bij paarden

Vond je dit een interessant artikel om te lezen? Volg Paardenvoerplein dan op Facebook!

Weet wat je paard eet. Abonneer je nu op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte! Nu abonneren