#Gezondheid #Management

Wat te doen bij voernijd?

Stampende, schoppende en briesende paarden zodra de voerkar in beweging komt. Soms zijn ze zo gefocust op hun voer dat ze er alles aan doen om hun kostje te verdedigen. Voernijd kan lijden tot gevaarlijke situaties op stal. Wat kun je doen om het te voorkomen of binnen de perken te houden?

Voernijd is hinderlijk gedrag dat zorgt voor onrust en herrie op stal. “Bij paarden in de vrije natuur of in het veld komt het niet voor”, vertelt gedragsdeskundige Dr. Machteld van Dierendonck. “Daar staan ze allemaal met het hoofd aan de grond te eten. Voedsel is in de wei of in de natuur niet schaars. Paarden hoeven dan dus niet echt moeite te doen om aan hun dagelijkse kostje te komen, er is geen concurrentie.”

Speekselaanmaak

Volgens Van Dierendonck moeten we daar dan ook de oorzaak zoeken voor het ontstaan van het gedrag. “Een paard is erop gebouwd altijd te kunnen eten. Alleen als ze hun hoofd naar beneden brengen, gras pakken en kauwen, maken ze namelijk speeksel aan. Dit in tegenstelling tot de mens, die de hele dag door speeksel aanmaakt, ongeacht of men eet of niet. Een paard eet verspreid over de hele dag telkens ongeveer twee uur, met steeds een uur rust ertussen. Dit betekent dus ruwweg dat een paard ongeveer acht keer per dag kleine porties eten naar binnen werkt. Ze hebben dan ook een relatief kleine maag. Factoren als het weer, fysiologische aspecten en dergelijke kunnen dit schema overigens wel beïnvloeden.”

Het speeksel heeft een aantal nuttige functies, met als een van de belangrijkste de bicarbonaten die erin zitten. Deze neutraliseren het maagzuur, dat in tegenstelling tot het speeksel wel 24 uur per dag wordt afgegeven. Bovendien heeft een paard geen galblaas, waardoor ook gal continu wordt afgegeven. “Als paarden niet kunnen eten op de momenten dat ze dit willen, terwijl de maagzuur- en galproductie gewoon doorgaat en deze niet meer geneutraliseerd wordt, werkt dit sterk in op de maagwand. Dit kan leiden tot buikpijn. Bovendien kan hier ook nog de frustratie van het gebrek aan sociaal contact of een tekort aan beweging bijkomen”, vertelt Van Dierendonck. “Eten kan dan in humane termen een ‘obsessie’ worden voor het paard.”

Onderbreking

We kennen allemaal de opwinding van paarden op stal zodra ze de voerkar horen. Dit voermoment wordt ervaren als een onderbreking van het lange wachten. Eindelijk kan het dier het onplezierige gevoel in het maag-darmstelsel kwijtraken. Paarden hebben bovendien een sterke kauwbehoefte en hebben geleerd dat telkens als die voerkar langskomt, in deze behoefte wordt voorzien. Het voermoment wordt dan een soort escape uit de omgeving waarin het dier zich niet zo lekker voelt. Dit kan ertoe leiden dat ze hun voedsel gaan verdedigen en dan praat je over voernijd.

Aangeleerd gedrag

Voernijd kent dus een fysiologische oorzaak en komt voort uit de omstandigheden waaronder sommige paarden worden gehouden. Wij voorzien dan niet in de voerbehoeften van het paard. Net als ander gedrag kan voernijd echter ook deels erfelijk zijn. Van Dierendonck: “Ieder gedrag kent een erfelijke factor in die zin dat bepaalde paarden bijvoorbeeld gevoeliger zijn voor het vertonen van stereotiep gedrag of ander afwijkend gedrag zoals voernijd. Onder bepaalde omstandigheden hebben ze meer aanleg bepaald gedrag te vertonen en er een gewoonte van te maken. Het gedrag van de merrie lijkt hierin meer bepalend dan dat van de hengst. Ook is het zo dat bij dit soort gedrag de geschiedenis meespeelt. Een paard dat in zijn jonge jaren een tijd alleen op stal heeft gestaan met weinig eten, bijvoorbeeld door een blessure, kan hierdoor sneller voernijd ontwikkelen.”

Effectief

Het lastige van voernijd is dat paarden hebben geleerd dat hun gedrag vrijwel altijd direct effectief is. Zo krijgen ze bijvoorbeeld als een van de eersten te eten omdat ze dan rustiger zijn. En een paard dat opgewonden raakt bij het horen van de voerkar, krijgt daarna toch zijn voer waarna hij weer rustiger wordt. Het voer is dan dus een directe beloning voor het gedrag. Als ze blijven trappen tegen de muur en niemand komt mee-eten uit de bak, dan ervaren ze dat ook als ‘winnen’. Bovendien voorziet het voer in de behoeften waar het paardenlichaam op dat moment om schreeuwt en wordt het probleem van buikpijn ten gevolge van een hoge concentratie maagzuur en gal direct opgelost door het eten. Deze combinatie maakt het lastig om voernijd af te leren. En omdat voernijd stressgerelateerd, aangeleerd gedrag is, kan het in andere (stal)situatie terugkomen.

Altijd iets te knabbelen

Machteld van Dierendonck adviseert eigenaren ervoor te zorgen dat een paard altijd over iets te knabbelen beschikt om voernijd te voorkomen. “Voer vaak kleine porties ruwvoer, tegenwoordig is minimaal drie keer per dag de norm. Voer krachtvoer in meerdere porties per dag, gemengd met ruwvoer. Geef het krachtvoer bovendien pas na het ruwvoer. Eén kilo krachtvoer is goed voor één liter speeksel terwijl met een kilo ruwvoer 3,5 kilo speeksel wordt aangemaakt. Het is ook nog goedkoper omdat de voedingsstoffen uit het krachtvoer langzamer door het maag-darmstelsel gaan en dus beter worden opgenomen.”

Bepaalde rassen worden van nature snel dik. Van Dierendonck adviseert om zulke dieren te voeren met ‘slow feeders’, waardoor ze langer over hun eten doen en meer kauwen op minder grote happen. “Dit werkt ook prima bij veel gewone paarden die op zaagsel staan. Meng stro met hooi, voer nat hooi van twee á drie jaar oud en geef paarden die op zaagsel staan regelmatig een plakje stro om te kunnen knabbelen. Het helpt ook om het ruwvoer op meer plekken in de stal te leggen of te hangen. Kortom, wees creatief.”

Ook een voerbal kan helpen bij het verdelen van de hoeveelheid voer over de dag. De paarden moeten de bal door de hele stal schoppen om er een beetje voer uit te krijgen. “Van nature zijn paarden ‘patchy feeders’. Dit betekent dat ze steeds kleine beetjes grazen op verschillende plekken. Ze zoeken de omgeving af op zoek naar eten. Leg maar eens vijf bulten hooi in de paddock en je zult zien dat het paard van bult naar bult gaat. Een voerbal simuleert deze situatie.” Naast deze voertips benadrukt Van Dierendonck het belang van het voorkomen van andere frustraties. “Zorg voor voldoende beweging en sociaal contact met andere paarden.”

Vind je dit een interessant artikel? Volg Paardenvoerplein dan op facebook!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Weet wat je paard eet. Abonneer je nu op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte! Nu abonneren