#Krachtvoer #Management #Ruwvoer

Krachtvoer voor ruwvoereter?

Foto: Lonneke Ruesink

Het verteringsstelsel van paarden is duidelijk gebouwd op het verwerken van grote hoeveelheden ruwvoer. Toch krijgen veel paarden ook krachtvoer vanwege de activiteiten die zij uitvoeren en om tekorten uit het ruwvoer aan te vullen. Hoe werkt het verteringsstelsel en kunnen paarden de verschillende voedingsstoffen het best benutten?

Het in vrijheid levende paard besteedt zo’n 14 tot 16 uur per dag aan foerageren. Onderzoek bij in het wild levende paarden wijst uit dat een paard na 3 tot 4 uur grazen een rustpauze neemt van zo’n 2 uur. Vervolgens begint de cyclus opnieuw. Een paard dat volledig in vrijheid kan grazen, neemt in een etmaal zo’n 2 kilo gras op per 100 kilo lichaamsgewicht. Een paard van 500 kilo eet dus per etmaal zo’n 10 kilo gras. Het paard is duidelijk gebouwd op het verwerken van een grote hoeveelheid ruwvoer.

Gras, hooi, kuil en luzerne zijn de gangbare ruwvoeders in Nederland. Gras is natter dan hooi en droger dan kuil. Een paard neemt op eigen initiatief zo’n 2 kilo hooi per 100 kilo lichaamsgewicht op. Hooi is droger, maar kuil bevat meer water dan gras. Daarom kan een paard toe met respectievelijk 1,5 kilo hooi of 2-2,5 kilo kuil per 100 kilo lichaamsgewicht.

Ruwvoer bevat veelal stengels, bladeren en bloemen van planten. Door de stengeligheid van het ruwvoer moet het paard goed en veel kauwen om het ruwvoer in kleine stukjes te vermalen. Dat kauwen is een belangrijke factor voor het verteringsstelsel van het paard.

Speeksel

Anders dan een mens produceert het paard alleen speeksel als hij kauwt. Een kilogram hooi levert een kleine 4 liter speeksel op, een kilo krachtvoer daarentegen slechts 1 liter. Speeksel is belangrijk voor de doorstroming van het voedsel en speelt een rol bij de fermentatie (het omzetten van voedsel in voedingsstoffen). Even belangrijk is de neutraliserende werking van het speeksel op het maagzuur.

Na het doorslikken komt het voedsel via de slokdarm terecht in de maag. Een paard van 500 kilo heeft een maaginhoud van ongeveer 18 liter, relatief klein voor zo’n groot dier. Om in de voedselbehoefte te kunnen voorzien, zijn meerdere kleine porties per dag nodig. De maag wordt aan de bovenzijde afgesloten met een sterke spier. Dat betekent dat er geen voedsel terug kan stromen. Een paard kan niet overgeven als hij te veel gegeten heeft. In het ergste geval scheurt de maag. Een tweede reden dus om meerdere kleine porties per dag te voeren.

De paardenmaag bestaat uit 2 ‘afdelingen’. In de eerste afdeling bevinden zich bacteriën die het voedsel omzetten in voedingsstoffen. Het tweede deel, het bodemgedeelte, heeft een lage zuurgraad. Het daar aanwezige maagzuur doodt de bacteriën. Hier worden ook eiwitten afgebroken door enzymen.

Voedingsstoffen

Het voer stroomt vervolgens door naar de dunne darm. Die is maar liefst 16 tot 24 meter lang en heeft een groot wandoppervlak. Hier vinden veel processen plaats, zoals het omzetten van de meeste eiwitten in aminozuren. Ook de in het voer aanwezige vetten, suiker en zetmeel worden omgezet.

In het 7 tot 9 meter lange kanaal van de blinde en dikke darm vindt fermentatie van de onverteerbare planten en de nog niet verteerde bestanddelen plaats. Darmflora zet dit vervolgens om tot bruikbare vetzuren, die een groot deel van de energieopname vanuit het voer vormen. Hoe langer het voer in dit deel van het verteringsstelsel kan blijven, hoe meer en beter de voedingsstoffen uiteindelijk beschikbaar gemaakt en opgenomen worden. De dikke darm heeft op sommige plaatsen slechts een doorsnede van 2,5 centimeter. Grote stukken voer blijven hier dus makkelijk steken.

De laatste fase voor het uitscheiden vindt plaats in de endeldarm. Uit de onverteerbare delen van de voeding worden mestballen gevormd doordat er water wordt onttrokken. Vervolgens wordt de mest via de anus uitgescheiden.

Waar gebeurt wat?

Krachtvoer bevat zetmeel en koolhydraten die vooral worden afgebroken en opgenomen in de maag en dunne darm. Zetmeel en suikers die in de dikke darm terechtkomen, verstoren de vertering en verhogen de kans op hoefbevangenheid en gaskoliek. Vetten worden in de dunne darm opgenomen en leveren veel energie. Een scheutje plantaardige olie over het krachtvoer bevordert een glanzende vacht. Eiwitten, zowel in luzerne, jong gras en krachtvoer, worden omgezet in aminozuren en opgenomen in de dunne darm. De structuurrijke vezels uit het ruwvoer worden het beste verwerkt en opgenomen in het darmenstelsel.

Eerst ruwvoer, dan krachtvoer

Zorg dat krachtvoer niet snel door de maag en dunne darm gestuwd wordt door ruwvoer om de benutting van de verschillende voedingsstoffen te optimaliseren. Voer altijd eerst het ruwvoer en sluit af met krachtvoer, alvorens het paard een korte periode ‘voerrust’ krijgt. Op die manier kan het voedsel op de juiste plaats verteerd worden.

Zorg daarbij dat de voerhoeveelheid niet te groot is. Anders neemt de snelheid van doorstroming toe en blijft het voedsel misschien niet lang genoeg in het bodemgedeelte van de maag. Vervolgens kunnen bacteriën overleven die gasvorming kunnen veroorzaken, met gaskoliek als gevolg. Krachtvoerporties van meer dan 2,5 kilo per keer verdubbelen de kans op koliek.

Tenslotte is tijdsplanning een belangrijke factor bij het voeren. Als het paard een prestatie moet leveren, houd dan ook rekening met het tijdstip van de krachtvoergift. Ongeveer twee uur nadien heeft het dier een laag glucosegehalte, wat een negatief effect kan hebben op een intensieve prestatie. Verder vraagt het afstemmen van de voeding op de natuurlijke behoefte van het paard om een goede berekening op basis van conditie en gevraagde prestaties en een consequente voerpraktijk van de eigenaar.

Lees meer over de hoeveelheid voer die je paard nodig heeft.

Vind je dit een interessant artikel? Volg Paardenvoerplein dan op facebook!

Weet wat je paard eet. Abonneer je nu op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte! Nu abonneren