#Krachtvoer

Mais voor paarden

In het buitengebied staan velden vol maisplanten, zeker in bepaalde streken van Nederland. Al dit mais is bedoeld als veevoer. Paarden vinden maiskolven erg lekker, maar is dit ook verstandig om te voeren? In krachtvoer vind je mais vaak als ingrediënt terug op het voerlabel, wat erop wijst dat het voor paarden gebruikt kan worden. Toch is er iets bijzonders met mais aan de hand en is enige voorzichtigheid geboden..

Graansoort

Mais is een graansoort, net als tarwe, gerst en haver. Al deze graansoorten hebben gemeen dat ze redelijk wat zetmeel bevatten. Ook bevatten ze wat vezels, vet, eiwit en zijn ze beperkt in de hoeveelheid mineralen en vitaminen. Zetmeel is energierijk en dat is de reden om – met name sportpaarden – granen bij te voeren. Toch is er wel wat verschil tussen de verschillende graansoorten.

Verschil in verteringsstelsel

In tegenstelling tot herkauwers verteert het paard zetmeel, eiwit en vetten voordat het gefermenteerd wordt. De dunne darm van het paard is in staat – met enzymen uit de alvleesklier – zetmeel, eiwit en vet af te breken en op te nemen. Bij een koe komt het voer eerst in de pens, waar de micro-organismen het voer gebruiken en omzetten in vluchtige vetzuren en pas daarna gaat het voer (en een deel van de micro-organismen) naar de dunne darm. Door dit grote verschil in het verteringsstelsel zijn bepaalde voeders wel geschikt voor koeien en niet of in mindere mate voor paarden.

Verteerbaarheid dunne darm

De verteerbaarheid in de dunne darm is afhankelijk van een aantal factoren. Onder andere de hoeveelheid voer, de samenstelling van het voer en de doorstroomsnelheid. Een hoge mate van verteerbaarheid in de dunne darm zorgt voor een beter gebruik van het voer en leidt tot meer opname van energie en eiwit. De verteerbaarheid is nooit honderd procent, ook niet van het zetmeel, eiwit en vet. Restanten stromen door naar de blindedarm en vervolgens naar de dikke darm. Paarden hebben geen enzymen in de dunne darm om vezels (celwanden) af te breken. De vezels uit het voer passeren de dunne darm bijna volledig en worden door de micro-organismen in de blinde- en dikke darm gefermenteerd.

Samenstelling darmflora

De samenstelling van de darmflora wordt beïnvloedt door voeding die de blinde- en dikke darm bereikt. Het is een verzameling van vele bacteriesoorten die in staat zijn de voerrestanten (voornamelijk vezels) te gebruiken en om te zetten in vluchtige vetzuren. Deze vluchtige vetzuren worden in het bloed opgenomen en als energiebron door het paard gebruikt. Bij verandering van instroom uit de dunne darm van voerresten, kan de samenstelling van de darmflora zich aanpassen. Maar als deze verandering leidt tot een snelle toename van melkzuurproducerende bacteriën, kan de verzuring van de darminhoud leiden tot minder groei van vezelafbrekende bacteriën. Wijziging in het fermentatieproces leidt tot verschillende klachten zoals meer gasproductie, koliek, minder vezelafbraak en mestproblemen. Het voeren van paarden heeft als belangrijk doel de darmflora zo optimaal mogelijk te houden. Dat leidt tot een gezond paard.

Granen en zetmeel

Bevat het rantsoen veel granen en daarmee veel zetmeel, dan kan dit teveel zijn voor de capaciteit van de verteerbaarheid in de dunne darm. Onverteerd zetmeel geeft een stijging van het aandeel melkzuurproducerende bacteriën in de dikke darm. Zolang het melkzuur door de vezelafbrekende bacteriën gebruikt kan worden, is er geen probleem. Maar als het melkzuur ophoopt, ontstaat het risico op gezondheidsklachten. De hoeveelheid granen die hiervoor nodig zijn, is verschillend per paard. Paarden die veel granen gewend zijn, hebben een hogere capaciteit in de dunne darm dan paarden die nooit granen eten. Door geleidelijk de hoeveelheid te verhogen én het in porties te verdelen, kan het (sport)paard een aardige hoeveelheid verwerken, tot ongeveer 2 kilogram per maaltijd. Vraag je altijd wel af of dit de beste energiebron is voor het paard met het risico wat je loopt voor zijn gezondheid. Vaak is het veiliger de hoeveelheid zetmeel te verminderen en energie in vet en vezels toe te voegen.

Mais

Mais is een zetmeelrijk graan. Met één kilogram mais geef je 615 gram zetmeel. Met één kilogram haver geef je 375 gram zetmeel. Een ander belangrijk verschil tussen mais en haver is de bouw en vorm van de zetmeelkorrels. Zetmeelkorrels uit mais zijn door het zetmeelafbrekende enzym amylase in de dunne darm niet goed af te breken. De verteerbaarheid van zetmeel uit mais in de dunne darm is bij het paard ca. 30% terwijl dat voor haver bijna 85% is. Oftewel een veel groter deel van het zetmeel uit mais stroomt onverteerd naar de blinde- en dikke darm met alle mogelijke gevolgen van dien. Of nadelige gevolgen optreden, is afhankelijk van de hoeveelheid die je voert en van de samenstelling van de rest van het rantsoen.

Verhitting verandert de structuur

Door mais te verhitten verandert de structuur van het zetmeel en stijgt de verteerbaarheid aanzienlijk, tot wel 90%. Het zetmeel is dan als het ware ‘ontsloten’. Gepofte mais of maisvlokken zijn uitstekend als ingrediënt in paardenvoer te gebruiken. De maiskolf direct van de plant bevat hele maiskorrels met zetmeel dat niet ‘ontsloten’ is. Met het voeren van één maiskolf, loop je weinig risico. De hoeveelheid is zodanig dat de darmflora daar niet direct van uit balans raakt. Maar hou het wel beperkt.

Vond je dit een interessant artikel? Lees dan ook eens:

Is koeienvoer geschikt voor paarden?
Is gestoomd voer beter?
Een gezonde darmflora – voor energie en meer

Of bekijk deze video:
Zijn suikers en zetmeel slecht voor je paard?

Volg je ons al op Facebook?

Weet wat je paard eet. Abonneer je nu op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte! Nu abonneren