#Management

Voedingstips & tricks – deel II

Iedereen heeft zo zijn eigen trucjes en handigheidjes om het leven wat makkelijker te maken en dat geldt ook voor het voeren van paarden. Waarom moeilijk blijven doen, als het ook makkelijker kan? Lees snel verder voor onze volgende hacks.

1. De kleine vreetzak

Een Shetlander kan prima een groot paard of jaarling gezelschap houden in bijvoorbeeld een gezamenlijke stal. Wel is het de kunst om het paard voldoende te ruwvoer te voeren en de Shet hierbij in model te houden. Een oplossing is om het paard ergens te voeren waar de Shet niet bij kan.

Zet bijvoorbeeld een grote bak met kuilgras aan de andere kant van een redelijk hoog schot of aan de buitenkant van het kijkluik. Bij dat laatste even opletten of je paard niet schrikt tijdens het eten en dan zijn hoofd stoot aan de bovenkant van het luik. Oh ja, en de kans bestaat dat de Shet deze maatregel niet leuk vindt.

2. Red de Shet

Andersom kan natuurlijk ook: een Shet die kansloos is tegenover de grote paarden. Zo komt het voor dat het kleintje in de paddock niet bij het voer mag. Zet in dat geval een stukje af met een vrij hoog draad waar de kleine pony wel onderdoor kan, maar de rest niet. Zo kun je de Shet apart voeren, terwijl hij toch de keus heeft om te spelen met de andere paarden. Ook handig als de grote paarden het ‘spelen met de Shet’ iets te letterlijk nemen.

3. De grasverpletteraars

Ben je te laat met de verhuizing naar de volgende wei en staat het gras al torenhoog? Grote kans dat de paarden de hele wei platlopen en het gras daarna niet meer willen opeten. Probeer in dit geval eens ‘strookbegrazing / stripbegrazing’. Hierbij verdeel je de wei in kleine stroken per keer en laat je de paarden strook per strook grazen, die zijn afgezet met een extra dubbele draad. Hiervoor heb je goede kwaliteit lint nodig en om de 3 à 4 meter een verplaatsbaar
omheiningspaaltje. Zo’n verplaatsbare afscheiding
is wat minder stevig en werkt daarom minder
goed in hele brede weides.

4. De zandmonsters

Ken je dat, paarden die voldoende kuilgras krijgen, een slowfeeder in de paddock hebben, een mineralenblok in de voerbak en toch happen vol zand naar binnen werken? Zandmonsters dus. Bij deze paarden is het zaak om geregeld het mest te controleren op zand, door middel van een mestmonster.
Een gangbare methode is door wat mest in een doorzichtige plastic handschoen te doen, water erbij te doen en de handschoen met een lus om de kraan te hangen. Het werkt echter net zo goed met diepvrieszakjes die je met een wasknijper aan de waslijn hangt.

5. De psylliumweigeraar

Als blijkt dat je paard veel zand in zijn mest heeft, kun je proberen om dit er met psyllium weer uit te krijgen. Droge phsylliumpoeder verstuift snel en natte psyllium is heel erg plakkerig . Het is dus een heel gedoe om de psylium niet alleen in de voerbak te krijgen, maar ook in het paard. Gelukkig bestaat er psyllium in korrelvorm. Een andere mogelijkheid die goed werkt is gehakselde luzerne heel iets vochtig maken, zodat de poeder er net aan blijft plakken. De meeste paarden vinden luzerne zó lekker, dat ze de psyllium dan voor lief nemen. Vaak werkt dit beter dan brokjes natmaken.

6. Boxrust? Weiderust!

Boxrust midden in het weideseizoen is geen grap. Want hoe pak je dat aan als alle andere paarden naar buiten mogen? Een paard alleen achterlaten is meestal geen optie. Het is slecht voor zijn welzijn en als hij daardoor erg onrustig wordt, werkt het ook averechts op de blessure. Je kunt ervoor kiezen om altijd een maatje op stal te laten, maar een klein stukje wei afzetten, is ook een optie.
Wat goed werkt is een strook van 3 meter aan de rand van de wei afzetten met goed schriklint en degelijke palen. Daartussen span je 2 dubbele schriklinten die verplaatst kunnen worden. Zo kun je vrij eenvoudig elke dag een nieuw stukje afzetten.

Nog meer hacks? Lees ze hier!

Heb je een aanvulling? Laat het ons dan weten via mail of Facebook. We zijn benieuwd!

Weet wat je paard eet. Abonneer je nu op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte! Nu abonneren