#Ruwvoer

13 feiten over ruwvoer

Ruwvoer is de basis van het rantsoen voor paarden. Het hele verteringsstelsel van het paard is ingericht op het verwerken van ruwvoer als gras, hooi, kuilvoer en luzerne.

1 Verschillende vormen

Ruwvoer komt in verschillende vormen voor en heeft dus ook verschillende kenmerken. Gras is het meest natuurlijke voedsel voor een paard. Paarden houden het meest van niet al te lang gras dat als mengsel verschillende grassoorten telt. De kwaliteit van hooi en kuil staat of valt met de kwaliteit van de wei in combinatie met de juiste manier van verwerken en opslaan. Goed gras kan door slecht oogsten waardeloos hooi opleveren.

Luzerne is een eiwitrijk ruwvoer dat essentiële aminozuren bevat. Het is prima verteerbaar en paarden vinden het over het algemeen lekker. Stro is strikt genomen ook een ruwvoer, maar het is niet ideaal. Een paard dat veel stro eet, loopt kans op strokoliek. Of een paard veel stro eet, kun je goed zien aan zijn mest.

2 Vervanger voor graasbehoefte

Een paard wil eigenlijk 16 uur per dag grazen. Op stal kan dat niet en dan is ruwvoer een goede vervanger voor die behoefte. Ruwvoer houdt het paard flink bezig en daardoor is het een belangrijk middel tegen stalondeugden. Ruwvoer moet eigenlijk meerdere malen per dag worden gegeven. Hoe hoger de frequentie, hoe beter. ‘s Nachts heeft het paard eigenlijk zoveel ruwvoer nodig dat er ’s ochtends nog wat over is. Paarden zijn in de nachtelijke uren, anders dan mensen, behoorlijk actief. Op stal is ruwvoer dan echt een uitkomst die tegemoetkomt aan de wens en de noodzaak om voortdurend te grazen.

3 Natuurlijke slijtage van tanden

De tanden van een paard groeien gemiddeld 2 millimeter per jaar. Daar moet natuurlijke slijtage tegenover staan. Het gebit slijt door het kauwen dat nodig is voor de opname van ruwvoer.

4 Speekselaanmaak

Door het kauwen op vooral stengelig ruwvoer ontstaat in de mondholte een grote hoeveelheid speeksel. Die speekselproductie is verderop in het paardenlijf ook nog van groot belang, maar allereerst zorgt het speeksel ervoor dat het voer inweekt en glibberig wordt. Daardoor wordt de passage door de slokdarm, die relatief nauw is, een stuk gemakkelijker. Speeksel bevat grote hoeveelheden bicarbonaat. Daardoor stijgt in het eerste deel van de maag de pH­waarde, waardoor deze minder zuur wordt.

5 Geen gazongras

Gemaaid gazongras is als ruwvoer niet geschikt, omdat paarden het vrijwel zonder kauwen kunnen doorslikken. Het levert dus ook nauwelijks speeksel op. Het gras plakt wel tot ballen bij elkaar met als gevolg kans op slokdarmverstopping. Vergelijk: de speekselproductie stijgt bij meer stengelige ruwvoerders met een factor vier ten opzichte van krachtvoer. Hoe langer het paard kauwt, hoe beter.

6 Juiste zuurtegraad

Je zou kunnen zeggen dat de maag van het paard uit twee delen bestaat. Het eerste deel, waar het gekauwde voedsel binnenkomt, is weinig zuur, zodat de bacteriën voluit aan de slag kunnen om het voedsel af te breken. In dat deel is de maagwand kwetsbaar. Het speeksel helpt hier bij het voorkomen van maagzweren als het gevolg van maagwandbeschadigingen door zuur te neutraliseren dat vanuit het zure deel van de maag binnenstroomt of door bacteriën gemaakt wordt. In de tweede helft van de maag, waar de maagwand zwaar gepantserd is, is het milieu juist extreem zuur om alle bacteriën te doden die anders in de dunne darm gas kunnen vormen met mogelijk koliek als gevolg. Bij het voeren van ruwvoer is het tweede deel juist veel zuurder dan bij krachtvoer; ruwvoer helpt dan ook bij het in stand houden van die twee verschillende milieus.

7 Maagzweren voorkomen

Net als de mens kent ook het paard maagzweren. Bij de mens worden die grotendeels veroorzaakt door een bacterie die bestreden kan worden met antibiotica. Bij een paard wordt een maagzweer onder meer veroorzaakt door grote porties zetmeelrijk krachtvoer ineens en een gebrek aan ruwvoer. De beschadigingen ontstaan in het eerste deel van de maag waar de maagwand slecht bestand is tegen zuur. Paarden met een maagzweer hebben een geringe eetlust en tonen mat gedrag.

8 Beweeglijke darmen

Voldoende ruwvoer levert goed en regelmatig gevulde darmen op, die door datzelfde ruwvoer geprikkeld worden om te bewegen. Ruwvoer is daarom goed voor de noodzakelijke beweeglijkheid van de darmen. Door te luisteren naar het ‘praten van de buik’ is de inwendige conditie van het paard voor een deel vast te stellen. Paarden met een pratende buik zijn over het algemeen vlotte mesters met stevige mestballen.

9 Betere prestaties

Liefhebbers van ‘zweetsporten’ kunnen niet om ruwvoer heen. Het blijkt dat paarden die langdurig moeten werken (zoals in de eventing) beter presteren als zij tot vrij kort voor de start ruwvoer en water opnemen. Het ruwvoer houdt vocht en mineralen vast, die paarden tijdens het werken uit de darmen kunnen opnemen. Door het grote verlies aan mineralen en spoorelementen via het zweet, zou de mineralenbalans door overmatig zweten anders in gevaar kunnen komen.

10 Vitamines vormen

Bacteriën in de dikke darm van paarden kunnen uit ruwvoer vitamine B1 en K vormen. Wetenschappers weten niet hoeveel van iedere B­vitamine een paard precies nodig heeft, maar kennelijk zien paarden die voldoende ruwvoer krijgen kans om op te nemen wat ze nodig hebben. Het gaat hierbij om een aanname die gebaseerd is op de constatering ‘het paard doet niet gek en vertoont geen gebrekverschijnselen, dus het zal wel goed zijn.’ Fabrikanten van krachtvoer voegen de vitamines overigens ook toe.

11 Gelijkmatig gevuld

De ruwvoerbrij in de dikke darm bevat veel ééncelligen (bacteriën) die nodig zijn voor het laatste deel van de vertering. Zij profiteren van de beweeglijkheid van de darm, waardoor het voedsel goed wordt gemengd. Bij dit proces ontstaat ook gas, maar omdat het darmenpakket gelijkmatig gevuld is, is dat gas geen probleem. Het verlaat als een wind het paard. Overmatige gasproductie is wel een signaal dat er wat aan de hand is.

12 Voorkomen van koliek

Ruwvoer is belangrijk bij het voorkomen van koliek. Het regelmatig eten van ruwvoer over een langere periode (circa 16 uur) zorgt ervoor dat de darmen goed gevuld zijn. Bij onregelmatig voeren gaat het om een snelle hap. Er ontstaan op die manier gaten in de vertering, zodat door bewegen van het paard of door beweeglijkheid van de darmen een slag in diezelfde darm kan komen, precies op de plaats waar geen voedsel zit.

13 Niet schrokken

De maag van een paard is met een inhoud van zo’n 20 tot 25 liter relatief klein. Bij een schrokkerige opname van geconcentreerd voer ontstaat eerder het risico van ‘maagoverlading’ door een combinatie van factoren: minder kauwen, minder speeksel- en klontvorming. Tel daarbij het onvermogen van het paard om te braken op en de spreekwoordelijke ‘steen in de maag’ is een feit. Bij gebrek aan ruwvoer duurt de passage van het voer ook langer dan wenselijk is. De vuistregel is daarom: eerst ruwvoer, dan krachtvoer. Nooit andersom.

Vind je dit een interessant artikel? Volg Paardenvoerplein dan op facebook!

Weet wat je paard eet. Abonneer je nu op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte! Nu abonneren