#Krachtvoer #Ruwvoer

Voeding voor sportpaarden

Sportpaarden moeten presteren. Niet alleen op het ‘moment suprême’, maar ook in de periode die daaraan voorafgaat. Ze trainen intensief en reizen frequent. Veel aandacht gaat daarom uit naar welzijn en gezondheid. Voeding speelt hierbij een grote rol en aandacht voor het individuele paard is daarbij belangrijk: de ene topper is de andere niet.

Eén van de meest gestelde vragen tijdens lezingen over paardenvoeding is wat verstaan wordt onder een ‘sportpaard’. Daar valt geen eenduidig antwoord op te geven. Wat voeding betreft, kun je redeneren dat paarden die een sportprestatie leveren veel voedingsstoffen en energie nodig hebben. Je zou dus kunnen stellen dat een paard een sportpaard is als hij het zonder aanvullend krachtvoer niet kan redden.

Het tegendeel is echter bewezen in de drafsport. Vaak krijgen deze paarden veel krachtvoer, maar een langdurig onderzoek in Zweden heeft aangetoond dat met een zeer goede kwaliteit ruwvoer deze paarden ook zonder krachtvoer een topprestatie kunnen neerzetten. Bij een minder goede kwaliteit ruwvoer, heeft een paard dat op topniveau moet presteren zeker extra krachtvoer nodig, maar veel sportpaarden krijgen misschien wel onnodig (veel) krachtvoer. Met meer en beter ruwvoer kunnen ze ook heel goed hun prestaties leveren. Veel hangt daarbij natuurlijk ook af van het trainingsniveau en de trainingsintensiteit.

Minder zwaar dan je denkt

Een rantsoen moet leveren wat het paard nodig heeft. Een paard is een bewegingsdier, inspanningen zijn voor paarden vaak minder zwaar dan veel mensen denken en ruwvoer levert daarom al heel veel voedingsstoffen. En meer ruwvoer is veiliger en gezonder dan meer krachtvoer. Probeer je paard daarom zoveel mogelijk ‘op ruwvoer’ te laten lopen. Wel bestaat er veel onderscheid tussen types ruwvoer; zo is het ene hooi rijk aan energie en eiwit, terwijl arm hooi minder energie geeft. Investeer in het zoeken, selecteren én analyseren van een geschikte kwaliteit ruwvoer. Dit vormt de basis voor een gezond paard en een optimale prestatie!

Voeren per discipline

Met het ruwvoerrantsoen krijgt het paard energie uit voornamelijk vezels. De afbraak van vezels in de dikke darm levert energie in de vorm van vluchtige vetzuren. Deze kunnen direct als energiebron dienen, omgezet worden in vet of voor een klein deel in glucose. Spieren gebruiken glucose en vetzuren als energiebron. Van deze twee is de energie uit glucose veel sneller beschikbaar, maar leveren de vetzuren veel meer energie. Training zorgt ervoor dat paarden spieren ontwikkelen en een beter uithoudingsvermogen krijgen. Bij een beter uithoudingsvermogen zijn de spieren beter in staat energie uit vetzuren te halen en zijn ze minder afhankelijk van glucose.

De voorraad glucose is aanzienlijk, maar vele malen kleiner dan de voorraad vetzuren. Een paard dat een korte sprint moet afleggen in een zo snel mogelijke tijd zal glucose nodig hebben, omdat de vetzuurverbranding te traag is. Een endurancepaard is juist weer gebaat bij een zo goed en efficiënt mogelijke vetzuurverbranding. De verschillende disciplines vragen daarom om verschillende trainingsmethoden (en dus spiervezelopbouw en ontwikkeling) en een verschillend rantsoen.

Krachtvoervariatie in energiesoorten

Het rantsoen bestaat altijd voor een groot deel uit ruwvoer. Krachtvoer is een aanvulling. Elk rantsoen levert een bepaalde hoeveelheid energie in vezels, zetmeel, suikers en vetten. De vraag is hoe je deze verhouding kunt aanpassen voor specifieke sportdisciplines. Met kennis van het voer op het gebied van de verteerbaarheid, energiestofwisseling en energievoorraad en gebruik door spieren, kan een aangepast rantsoen op maat opgesteld worden voor sportpaarden op hoog niveau.

Voor topsportpaarden kan het zinvol zijn de krachtvoerkeuze te laten bepalen door onder andere de gehalten aan zetmeel, suikers en ruw vet. De wensen hiervoor verschillen per discipline (zie tabel).

Naast een keuze voor specifieke gehalten en afhankelijk van de dosering krachtvoer per dag, is voor de ene discipline een groter aandeel ruwvoer gewenst dan voor de andere (zie tabel). Dit moet wel altijd genoeg zijn om aan de minimale ruwvoereisen van het paard te voldoen.

Ruwvoer, Krachtvoer

Let op eiwit

Het eiwitgehalte in het totale rantsoen is met een minder goede kwaliteit ruwvoer niet voldoende. Tegenwoordig is er veel ruwvoer te koop van onbemeste (natuur)gebieden. Zelfs met aanvulling van krachtvoer kan de eiwitvoorziening voor het paard dan onvoldoende zijn, zeker als je bedenkt dat de voorziening van essentiële aminozuren met ruwvoer niet goed gedekt is. Minder spieropbouw en tegenvallende prestaties zijn dan het gevolg. Nog een reden om het ruwvoer te laten analyseren dus.

Het verteerbaar ruw eiwitgehalte moet minimaal 40-50 g/kg ds ruwvoer zijn. Ruwvoer van onbemeste gronden is meestal niet geschikt voor sportpaarden. Het eiwitaandeel in krachtvoer is weinig variërend, ongeveer 80-100 g verteerbaar ruw eiwit per kilogram (VREp).

Mineralen en vitaminen

Sportpaarden hebben een grotere behoefte aan calcium, magnesium, natrium, koper, ijzer, zink, mangaan, vitamine E, en eventueel vitamine C dan paarden die niet of weinig werken. Een aantal van deze voedingsstoffen werken als antioxidanten en beschermen het paard tegen de nadelige effecten van zwaar werk en stress. De gehalten aan deze voedingsstoffen in het krachtvoer verschillen sterk per krachtvoermerk en zijn niet altijd gegarandeerd voldoende. Laat dit controleren door een deskundige en supplementeer alleen wat er mist.

Onderdeel van deze voedingsstoffen zijn elektrolyten, zij spelen een rol bij het handhaven van de osmotische waarde en zuurtegraad van het bloed. Zweet van paarden is erg rijk aan natriumchloride en deels kaliumchloride en bevat een klein aandeel calcium, fosfor en magnesium. Het zweetverlies kan erg groot zijn. Een rantsoen met voldoende ruwvoer en aanvullend krachtvoer levert veel van deze noodzakelijke elektrolyten, behalve natriumchloride (zout). Het toedienen van elektrolyten kan een sneller herstel geven na een zware inspanning. Geef dit samen met voer en water (of slobber) ná het werk. De dosering van een zakje elektrolyten is echter te weinig om het verlies aan zout te compenseren. Chronisch zouttekort heeft effect op de spierwerking en kan leiden tot mindere prestaties. Een liksteen wordt niet door elk paard gewaardeerd. Hardwerkende paarden die veel zweten, hebben daarom extra zout door het voer nodig. Natuurlijk in gepaste dosering omdat te veel zout niet lekker is en veel dorst geeft. Ga uit van ongeveer 20-40 g per dag, al varieert dit dagelijks vanwege de wisselende zoutbehoefte.

Voertijden

Een goed rantsoen levert alle voedingsstoffen om een paard in training sterker, sneller en beter te laten worden. De spierstofwisseling is in staat energie te gebruiken die voorradig is. Voor de vertering, en vanwege het risico op koliek, is het niet verstandig om vlak voor een inspanning veel (kracht)voer te geven. Een beetje hooi mag altijd en is voor endurancepaarden zelfs gunstig om een wat gevulde dikke darm te hebben. Krachtvoer geef je ruim van tevoren (drie tot vijf uur) en na de prestatie (samen met elektrolyten). Kijk ook goed naar het voerschema voor een lange reis en tijdens (meerdaagse) wedstrijden.

Lees ook:
Welk ruwvoer past bij mijn paard?
Welk soort krachtvoer heeft mijn paard nodig?

Vond je dit een leuk artikel? volg ons dan ook op Facebook!

Weet wat je paard eet. Abonneer je nu op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte! Nu abonneren