#Management #Ruwvoer

Het voeren van een nieuw soort ruwvoer

Foto: Lonneke Ruesink

De voorraad ruwvoer is vaak beperkt tot enkele weken, soms maanden. Gedurende de wintermaanden zal het ruwvoer zeker een aantal keer veranderd moeten worden. Dit zijn risicovolle momenten. Het ruwvoer lijkt misschien niet veel anders, toch kan het voor de darmflora een groot verschil maken. Gaat de overgang te snel, dan is de darmflora niet goed afgestemd op hetgeen gevoerd wordt. Het voer verteert minder goed en dit kan leiden tot mestklachten of zelfs koliek.

Een week lang beide soorten voeren

De samenstelling van de darmflora past zich aan, door bepaalde bacteriesoorten meer of minder in aantal toe te laten nemen. Op die manier zijn de juiste bacteriën aanwezig om het voer om te zetten en het paard van energie te voorzien. De darmflora heeft minimaal 5 dagen nodig om zich aan te passen. Dat betekent niet eerst al het oude voer opmaken, voordat je aan iets nieuws begint. Maar in de laatste week voeren van twee partijen. En elke dag de verhouding veranderen. De eerste dagen een klein beetje van het nieuwe voer geven, in het midden van de week van beiden dezelfde hoeveelheid en daarna het oude voer geleidelijk verminderen.

Let op verschil in droge stof

Verander je van hooi naar kuilvoer of andersom, dan is er nog iets waar je rekening mee moet houden. En dat is het verschil in drogestofgehalte tussen hooi en kuilvoer. Geef je van hooi en kuilvoer dezelfde hoeveelheid, dan is het aandeel voedingsstoffen die het paard krijgt niet gelijk. Voer bestaat uit voedingsstoffen en water. Door al het water te verdampen, krijg je zicht op het drogestofgehalte. De vezels en voedingsstoffen zitten in het droge stof aandeel. Met kuilvoer geef je per kilogram voer meer water en minder voedingsstoffen dan met hooi. Weet je het drogestofgehalte, dan kan je uitrekenen wat het verschil in de te voeren hoeveelheid is. Op die manier zorg je dat het paard niet door een verandering van het soort voer te veel of te weinig krijgt.

Stel het paard (600 kg) krijgt nu hooi en de volgende partij is kuilvoer. Het hooi heeft een drogestofgehalte van 85% en het (redelijk vochtige) kuilvoer van 58%. Anders gezegd, per kilogram hooi geef je 150 gram water en per kilogram kuilvoer geef je 420 g water!

Omschakeling van hooi naar kuilvoer

Het paard krijgt van dit hooi 12 kilogram per dag (naast nog wat krachtvoer). Omgerekend is dit 10,2 kilogram (12 x 0,85) droge stof. Om dezelfde hoeveelheid droge stof in kuilvoer te geven is 17,5 kg vers kuilvoer nodig (17,5 x 0,58 = 10,2).

Analyse voor energie- en eiwit

Een analyse geeft zekerheid omtrent het drogestofgehalte, én over het energie- en eiwitgehalte. Zo kun je nóg beter verschillende soorten voer met elkaar vergelijken. Het energie- en eiwitgehalte in ruwvoer wordt sterk bepaald door de lengte en stengeligheid van het gras ten tijde van maaien en door de bemesting. Als het kuilvoer van een iets jonger gras is gemaakt, zal de voedingswaarde hoger zijn. En dus geef je met dezelfde hoeveelheid droge stof meer energie en eiwit. Verander je het ruwvoer naar een rijkere soort, dan zal het paard met dezelfde hoeveelheid droge stof ruwvoer per dag in gewicht toenemen. De hoeveelheid moet dan aangepast worden om overgewicht te voorkomen. Maar het blijft natuurlijk wel noodzakelijk minimaal 1,25 kg droge stof ruwvoer per 100 kilogram lichaamsgewicht te voeren. Voor een paard van 600 kg is dit minimaal 7,5 kg droge stof ruwvoer per dag.

Een ruwvoeranalyse is noodzakelijk om het rantsoen zo goed mogelijk af te stemmen op de behoefte van je paard. Daarnaast beoordeel je elke maand de Body Condition Score van je paard om veranderingen op tijd te zien.

Ook interessant:
Hooi of kuilvoer voor je paard?
Video: Hoeveel ruwvoer heeft een paard nodig?

Vond je dit een interessant artikel? Volg Paardenvoerplein dan op Facebook!

Weet wat je paard eet. Abonneer je nu op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte! Nu abonneren