#Krachtvoer #Ruwvoer #Weide

Is koeienvoer geschikt voor paarden?

Voor zowel gras, ruwvoer als brokken geldt dat paarden ander voer nodig hebben dan koeien. Maar hoe komt dat en wat zijn eigenlijk de verschillen tussen deze diersoorten met betrekking tot voeding?

Het belangrijkste verschil tussen koeien en paarden zit ‘m in het maag-darmkanaal. Beide diersoorten zijn planteneters en kunnen iets wat mensen slecht kunnen, namelijk celwanden van planten verteren. Daarvoor hebben beide diersoorten een groot fermentatievat in hun maag-darmkanaal waar micro-organismen aan de slag gaan om de celwanden af te breken. De bacteriën maken daarbij vluchtige vetzuren die worden opgenomen in het bloed en die het dier kan gebruiken als energiebron. Vergelijkbaar met glucose, maar dan via andere metabole processen. De bacteriën verteren die celwanden echter niet om het dier een plezier te doen, maar om zelf te groeien. Daarbij maken ze nog iets heel belangrijks, namelijk microbieel eiwit. Hiervoor gebruiken ze alle stikstofbronnen die ze te pakken krijgen, zowel eiwit en aminozuren als ook niet-eiwit-stikstof (NPN) zoals ureum. Het grote verschil tussen paarden en koeien is de plek van het fermentatievat ten opzichte van de dunne darm. Dit heeft namelijk invloed op het benutten van het gevormde microbiële eiwit.

Herkauwer vs. achterdarm-fermenter

De dunne darm is bij alle dieren de plek waar eiwit met enzymen wordt verteerd en waar de ontstane aminozuren worden opgenomen in het bloed. Bij paarden bestaat het fermentatievat uit de blinde darm en dikke darm. Dit gedeelte van de darmen komt pas ná de dunne darm en wordt ook wel achterdarm genoemd. Een paard heet daarom ook wel achterdarm-fermenter. Dat de fermentatie pas ná de dunne darm plaatsvindt heeft zowel voor- als nadelen. Het voordeel is dat bij paarden hoogwaardig voereiwit netjes wordt verteerd en opgenomen in de dunne darm en niet wordt afgebroken door de bacteriën. Het nadeel is dat paarden bijna geen gebruik kunnen maken van in het fermentatievat gevormd microbieel eiwit, want na de dikke darm rest alleen nog maar de uitgang. Paardenvoer moet dus hoogwaardig eiwit, oftewel aminozuur-eiwit bevatten.
Bij koeien en andere herkauwers wordt het fermentatievat gevormd door de pens en deze komt vóór de (leb)maag en de dunne darm. Koeien kunnen het door fermentatie gevormde microbiële eiwit dus wel verteren en opnemen. Dat is de reden dat ureum wel nuttig is voor een koe en niet voor een paard.
Doordat bij koeien het voer eerst in de pens komt, zijn zij ook minder gevoelig voor allerlei gifstoffen die planten van nature maken om zichzelf te beschermen.

Gras

Hoewel een melkkoe niet zo snel een sprintje trekt of een sprong maakt, is melkproductie wel topsport. De koe heeft daarvoor veel energie en ruw eiwit nodig. Daarom is koeiengras geselecteerd op hoge energie- en ruw eiwitopbrengsten. De gebruikte rassen bevatten over het algemeen meer suiker en fructaan dan paardengras. Deze gehaltes zijn verder afhankelijk van onder meer de hoeveelheid zonlicht, of het gras groeit en of de nachten koud zijn. Gras met een hoog suiker- en fructaangehalte is niet geschikt voor paarden die gevoelig zijn voor hoefbevangenheid en/of insulineresistent zijn. Bovendien is gras dat erg veel energie bevat niet goed voor paarden of pony’s met overgewicht. Overigens is het niet zo dat paardengras automatisch veilig is, want ook in paardengras kunnen suiker- en fructaangehaltes variëren, maar het risico is minder groot.

Kuilvoer

Koeienkuil wordt gemaakt van jong gemaaid gras en bevat veel energie, veel ruw eiwit en te weinig structuur voor paarden. Hoewel het inkuilproces zorgt voor een daling van het suikergehalte kan het toch nog hoog zijn. Deze kuil is dan niet geschikt voor paarden die gevoelig zijn voor hoefbevangenheid of insulineresistent zijn. Bovendien is het met een rijke kuil moeilijk om de minimale hoeveelheid droge stof uit ruwvoer te geven zonder dat je paard te dik wordt. Ook kan koeienkuil zo zuur zijn dat er bij paarden verstoring optreedt van het darmmicrobioom.

Vergelijking van een kuilvoeranalyse uitgevoerd door Eurofins Agro met links kuilvoer voor paarden en rechts een voorbeeldanalyse van graskuil voor koeien.

Krachtvoer

Er is daarnaast een groot aanbod van verschillende soorten rundveebrok, variërend van heel eiwitrijk tot zetmeelrijk. Daardoor weet je eigenlijk niet wat je voert als je zomaar een schep koeienvoer uit de kruiwagen pakt. Hoewel in de meeste koeienbrokken rond de 20 à 23% zetmeel zit, zijn er ook die naar de 30% gaan. Bovendien kan het aandeel mais in koeienbrok hoog zijn. Erg zetmeelrijk voer is voor paarden een risico, zeker als het zetmeel van mais afkomstig is. Dit komt doordat paarden niet goed zijn in zetmeel verteren en er kans is op achterdarmverzuring en hoefbevangenheid.
Bij ruw eiwit is de kwaliteit juist een punt van zorg. Bij koeienbrok kan het ruw eiwit voor een deel uit ureum bestaan, iets waar het paard niets aan heeft. Aan de andere kant is extra veel ruw eiwit juist niet nodig voor paarden en zorgt het alleen maar voor natte stallen. De juiste aminozuren zijn wel nodig. Voer je koeienbrok aan een paard dan kunnen tekorten optreden aan aminozuren.

Een ander punt van aandacht is het gehalte aan perspulp in koeienbrok. Als een paard ontsnapt en zich tegoed doet aan ongeweekte koeienbrok, loopt hij mogelijk risico op een slokdarmverstopping of maagruptuur.

Buiten Europa

Wie op internet rondkijkt ziet geregeld dat ionoforen in koeienvoer erg gevaarlijk zijn voor paarden. Dat ionoforen, zoals monensin, zeer giftig zijn voor paarden is helemaal waar, maar deze stoffen mogen in de EU al sinds 2006 niet meer aan rundveevoer worden toegevoegd. Ze komen nog wel voor in pluimveevoer. Uiteraard kunnen EU-regels weer veranderen, maar daar zijn nu geen aanwijzingen voor. Ga je echter met je paard op reis buiten de EU dan is dit wél iets om rekening mee te houden.

Weet wat je paard eet. Abonneer je nu op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte! Nu abonneren