#Krachtvoer #Ruwvoer #Supplementen & Extra's

Lezersvraag: Hoe meer bespiering krijgen zonder dat paard te heet wordt?

Lezersvraag: Graag zou ik advies krijgen over het juiste rantsoen voor een KWPN-merrie van 16 jaar met een stokmaat van 1,62 m. De merrie heeft ongeveer 2 jaar minder gewerkt nadat zij daarvoor op M-niveau sprong en dressuur liep. Sinds november j.l. wordt zij door haar nieuwe eigenaar weer opgepakt. De merrie is een gevoelig paardje, een echte merrie met haar eigen grillen en nukken. Ze reageert sterk op elke verandering, zo ook de verhuizing, voer, tuig en stal- en weidegenoten. Haar rug was er slecht aan toe na de verhuizing van stal, zij had echt last van het rijden en liep stijf. Door osteopathische behandelingen en rust en gerichte training gaat dat steeds beter. Ze is weer klaar voor een B-proef. Haar vacht was dof en glimt gelukkig weer. De merrie krijgt nu 2x per dag een halve kilo basisbrok en hooi. Ze loopt tussen 08.00 en 15.00 op de wei. Ze loopt ongeveer 5x per week: 2 à 3x les, een keer vrij en een keer aan de longe. De merrie is niet te schraal, we zien geen ribben en haar bouw is dat van een damespaardje, maar toch heb ik het gevoel dat ze wat voller/bespierder zou mogen zijn.  We willen haar niet te heet/onrustig maken door meer krachtvoer te geven, maar ze moet natuurlijk wel genoeg hebben aan haar rantsoen. Hoe zouden we deze merrie het beste kunnen voeren?

Antwoord van voedingsdeskundige Carina Steendam:
Wat leuk dat de merrie weer gereden wordt en dat het zo goed gaat. Zo van een afstand is het moeilijk te beoordelen of de merrie inderdaad schraal is en waar dat aan ligt. Je zou een conditiescore kunnen doen. Of laat iemand anders eens kijken, want als je een paard elke dag ziet is het soms moeilijk om verschillen waar te nemen. Ik ga ervan uit dat de merrie goed gezond is, geen wormen heeft en geen gebitsproblemen. Weet je dit niet zeker, dan is dit het eerste wat gecontroleerd moet worden.

Bespiering

Als de merrie inderdaad wat aan de schrale kant is, is de volgende stap een rantsoenberekening. Hierdoor weet je of het rantsoen voldoende energie en eiwit levert. Is er meer energie nodig, dan zou ik in eerste instantie meer hooi geven of hooi van hogere kwaliteit. Verder kun je denken aan aanvulling met geweekte suikerarme bietenpulp of olie. Dit zijn allemaal manieren waar een paard niet heter van wordt.

Omdat de ribben niet te zien zijn en ze dus voldoende vet lijkt te hebben, zou het ook aan de bespiering kunnen liggen. Omdat je dit zelf ook al aangeeft, ga ik hier wat verder op in. Voor het opbouwen van spieren zijn twee dingen belangrijk. Ten eerste voldoende eiwit van goede kwaliteit en ten tweede de juiste training. Voor de aanmaak van spieren moet voldoende intensief en voldoende vaak getraind worden, maar de herstelperiode tussen de trainingen is minstens zo belangrijk.

Eiwitkwaliteit

Wat voeding betreft is niet alleen de hoeveelheid eiwit van belang, maar vooral ook de kwaliteit van het eiwit. Een eiwit is opgebouwd uit aminozuren en de kwaliteit van het eiwit wordt bepaald door de hoeveelheid essentiële aminozuren. Dit zijn aminozuren die het lichaam niet zelf kan maken. Om spiereiwit te maken zijn allerlei aminozuren in een bepaalde verhouding nodig. Ontbreekt één van de benodigde aminozuren, dan kan het spiereiwit niet worden gemaakt en wordt de rest van de aminozuren afgebroken. Lysine is een aminozuur waar het vaakst een tekort van is, gevolgd door methionine en cystëine. Het eiwit in soja en andere vlinderbloemigen zoals lupine, erwten en luzerne, bevat veel lysine en daardoor hebben deze voedermiddelen een goede eiwitkwaliteit. Sommige onderzoeken laten zien dat oudere paarden eiwit minder goed verteren en daardoor een betere eiwitkwaliteit nodig hebben. Maar dit hoeft niet voor alle oudere paarden te gelden. Het kan volgens onderzoekers ook worden veroorzaakt door een slechter gebit of door darmschade als gevolg van oude wormbesmettingen.

Eiwit in ruwvoer

Uitgaande van gemiddelde hoeveelheden eiwit in hooi en gras zou een rantsoen met voldoende ruwvoer (1 à 1,5 kg droge stof per 100 kg lichaamsgewicht) genoeg eiwit moeten leveren. Maar eiwitgehaltes in ruwvoer kunnen erg wisselen. Voor het weidegras is een beoordeling lastig en het valt niet mee om in te schatten hoeveel een paard hiervan eet. Bovendien is het gras in de weide op korte termijn vaak slecht te beïnvloeden. Wel geldt dat jong gras meer eiwit bevat dan oud stengelig gras. Let er ook op of het paard tijdens het grazen niet steeds weggejaagd wordt door andere paarden.

Een quick scan van het hooi geeft je een indicatie van de hoeveelheid eiwit. Bij een complete analyse wordt de hoeveelheid exact bepaald en kun je ook meteen de mineralengehaltes laten testen. Als blijkt dat het hooi weinig verteerbaar ruw eiwit bevat, kun je over gaan op een hooi met meer eiwit. Over het algemeen zijn dat de hooisoorten die meer blad en minder stengel bevatten. Een andere optie is om een deel van het hooi te vervangen door gehakselde luzerne of luzernehooi. Dit is zelfs te overwegen als het hooi op zich een redelijke hoeveelheid eiwit bevat. Luzerne heeft namelijk over het algemeen een betere eiwitkwaliteit dan grashooi. Luzerne bevat echter veel calcium. Te veel calcium kan, zeker bij oudere paarden, problemen veroorzaken. Geef daarom niet meer dan de helft van de totale hoeveelheid ruwvoer als luzerne.

Krachtvoer met hogere eiwitkwaliteit

Een andere optie is de basisbrok te vervangen door krachtvoer met een hogere eiwitkwaliteit. Dat kan een merriebrok zijn waar bijvoorbeeld soja in verwerkt is. Verder zijn er ook speciale krachtvoeders voor oudere paarden of voor paarden die spieren moeten opbouwen. Al deze krachtvoeders bevatten eiwit van een hoge kwaliteit en/of zijn aangevuld met essentiële aminozuren.

Tenslotte kun je het rantsoen ook aanvullen met een speciaal supplement met hoge gehaltes aan essentiële aminozuren, vaak bevatten deze supplementen ook vitaminen en mineralen.

Langzaam veranderen

Voor een optimaal rantsoen moet niet alleen de hoeveelheid energie en eiwit kloppen, maar ook de hoeveelheden vitaminen en mineralen. Denk bijvoorbeeld aan vitamine E en selenium, dat nodig is om spieren soepel te laten werken, maar ook aan calcium en fosfor. Verder is het altijd belangrijk om een rantsoenverandering geleidelijk uit te voeren, over een tijd van 1 à 2 weken.

Heb jij ook een lezersvraag? Stel die aan ons! Stuur een mail naar: t.vandekrol@eisma.nl of stuur ons een berichtje op Facebook!

Meer weten over paardenvoeding? Koop dan ons VOER. Magazine! 

Weet wat je paard eet. Abonneer je nu op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte! Nu abonneren