#Ruwvoer

Ruwvoer voeren in de paddock

In een ideale wereld kunnen alle paarden elke dag lekker de wei in. In werkelijkheid is de wereld helaas niet zo ideaal, daarom gaan veel van onze paarden dagelijks in de paddock. Goed voor de beweging en voor ‘de geest’, maar hoe moet dat dan met voeren?

Welzijn 

Ruwvoer voeren in de paddock is belangrijk voor het welzijn van de paarden. Vrijlevende paarden eten 10 tot 15 uur per dag, met uitschieters naar 18 uur. Daarbij zijn de periodes dat ze niet met eten bezig zijn nooit langer dan 3 tot 4 uur. Eetpauzes die langer duren, komen dus niet overeen met het natuurlijke gedrag van het paard. Bovendien neemt de kans op maagzweren toe als een paard langere tijd niet kan eten. Maar ook 3 tot 4 uur zonder eten is lang. Uit onderzoek blijkt dat paarden die een groot deel van de dag met eten en voer zoeken bezig zijn, minder stro en eigen mest eten, minder onrustig zijn en minder vaak stereotype gedrag vertonen. De drang om voer te zoeken is zo groot dat een paard in de paddock al gauw op zoek gaat naar eetmogelijkheden. Dit kunnen de laatste sprietjes gras zijn die met wortel en zand en al worden opgegeten, maar ook je kostbare heiningpalen.

Veiligheid

Dus voor je paard en voor je eigen portemonnee is het zinvol om ruwvoer te geven in de paddock. Daar zijn verschillende mogelijkheden voor, maar altijd moet veiligheid voorop staan. Wat je ook doet, let erop dat een paard nergens met een been of een hoefijzer in vast kan komen en dat hij geen ongewenst materiaal naar binnen werkt. Lopen er veulens in de groep, let dan extra op. Veulenhoefjes passen al snel ergens door en veulens eten uit nieuwsgierigheid de gekste dingen. Ook moet je rekening houden met voernijd. Zorg voor voldoende eetplekken en let er verder op dat paarden makkelijk bij elkaar weg kunnen mocht er eentje besluiten om ‘de benen in de lucht te gooien’.

De meest simpele manier om ruwvoer te geven is los op de grond. Met meer hoopjes dan paarden, kan dit een prima oplossing zijn in een wei waar niet genoeg gras staat. In een zandpaddock kunnen de paarden op deze manier echter veel zand binnenkrijgen en veel van het hooi vertrappen.

Soms zie je dat er kuilbalen in de paddock worden gezet met een paar gaten in het plastic, zodat de paarden zichzelf kunnen bedienen. Helaas kunnen paarden dan gemakkelijk plastic naar binnen krijgen. De NVWA is er daarom heel duidelijk over: het mag niet.

Ruiven en slowfeeders

Het is beter om hooi in een weideruif aan te bieden of in een hooibak. Weideruiven zijn soms voorzien van een dak zodat het voer niet natregent. Zorg ervoor een paard niet z’n hoofd door het ene gat ‘heen’ kan doen en door het gat ernaast weer ‘terug’. Dit is levensgevaarlijk, daarom moeten de tussenruimtes afwisselend open en dicht zijn. Het kan handig zijn om de ondergrond van de weideruif te verharden. Gemorst voer wordt dan minder vies en kan nog gegeten worden. Minder verspilling dus.

Wanneer je paard te dik wordt bij onbeperkt voeren zijn slowfeeders een mooi alternatief. Ze zijn er in verschillende soorten en maten en een handige klusser kan ze ook zelf maken. Een net of een rooster met fijne mazen zorgt ervoor dat je paard niet te snel kan eten. Je kunt de eerdergenoemde weideruif gebruiken in combinatie met een net om de baal. Vaak is de slowfeeder echter een bak met een net of rooster op het ruwvoer. Het net of rooster moet vastliggen, zodat paarden het er niet af kunnen halen. Het is het best als je paard in een natuurlijke houding, dus recht van boven, kan eten en zijn hoofd niet hoeft te draaien. De grootte van de mazen bepaalt hoe snel je paard eet, maar te kleine mazen kunnen een bron van frustratie zijn en dat komt het welzijn van je paard juist niet ten goede. Na een gewenningsperiode is het een kwestie van uitproberen wat het beste werkt.

Hooinet of hooikussen

Ander opties zijn een (dubbel) hooinet of een hooikussen. Een hooinet wordt hoog vastgemaakt, waardoor de eethouding niet natuurlijk is. Bovendien zijn paarden met een hooinet vaker gefrustreerd dan bij een slowfeeder. Sommige paarden hebben de gewoonte om het hooinet hoog op te zwaaien wat een extreme hoofdhouding veroorzaakt. Een tip van een Engelse onderzoeker is daarom om zowel de boven- als onderkant vast te maken. Dubbele hooinettten of kleine mazen zijn waarschijnlijk niet aan te raden voor jonge, groeiende paarden, omdat het meer kracht kost om voer erdoor te trekken. Een hooikussen tenslotte ligt op de grond, vastgemaakt aan een paal of iets dergelijks. Een hooikussen moet dus sloopbestendig zijn en kan niet gebruikt worden bij paarden met ijzers.

Lees ook:
Hoeveel ruwvoer heeft een paard nodig?
13 feiten over ruwvoer

Vind je dit een interessant artikel? Volg Paardenvoerplein dan op facebook!

Weet wat je paard eet. Abonneer je nu op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte! Nu abonneren