#Ruwvoer

Welk ruwvoer past bij mijn paard?

Ruwvoer vormt het meest belangrijke onderdeel van het rantsoen van een paard. Weet jij hoeveel en welke kwaliteit ruwvoer jouw paard krijgt voorgeschoteld? En waar je op moet letten bij de aankoop van ruwvoer?

Niet elk paard heeft hetzelfde ruwvoer nodig. Beredenerend vanuit het paard bekijk je welke soort en kwaliteit ruwvoer je wilt voeren. Het is lastig om altijd eenzelfde kwaliteit ruwvoer te vinden. Elk jaar is anders en elke oogst is anders. Gras is er in vele soorten en de voedingsstoffen in de bodem veranderen continu van samenstelling. Door al deze variaties is ruwvoer zeker geen standaardproduct en zijn ruwvoeders van verschillende locaties niet gelijkwaardig in voederwaarde. Het zoeken naar geschikt ruwvoer is in eerste instantie weten wat je paard nodig heeft en daarnaast weten hoe zich dat vertaalt naar criteria die je kunt gebruiken bij de keuze voor een specifiek ruwvoer.

Ruwvoer beoordelen

Ruwvoer beoordelen doe je door te ruiken, te kijken en te voelen. Is het ruwvoer gemaakt van jong gras, dan is het bladrijk en heeft het geen harde stengels. Het voelt zacht aan. Groeit het gras, dan zal de stengel langer en steviger worden. Het voelt minder zacht aan en prikt in je handpalm. Je ziet minder blad en meer stengels.

Stond het gras in bloei tijdens het maaien, dan zie je veel bloeiwijzen in het ruwvoer terug, zoals aren en pluimen. Door te voelen en te kijken krijg je een indruk van het maaistadium van het gras. Voelt het zacht en zie je veel blad, weinig stengel en geen aren of pluimen, dan is het ruwvoer van een rijke kwaliteit. Het is goed verteerbaar en levert veel energie en eiwit.

Is het ruwvoer hard en stengelig met veel bloeiwijzen erin, dan zal de verteerbaarheid relatief laag zijn en levert het minder energie en eiwit aan je paard. Stengelig ruwvoer van ouder gras bevat wel veel vezels, maar niet allemaal goed verteerbare vezels. Hardere stengels bevatten meer houtstof dan zachte stengels. Houtstof is onverteerbaar, ook in de dikke darm. Bladrijk ruwvoer bevat automatisch meer eiwit dan bladarm ruwvoer, maar bemesting van het land maakt daarnaast duidelijk een verschil voor het eiwitgehalte. Soms is bladrijk ruwvoer toch redelijk eiwitarm. Je hebt een laboratoriumanalyse nodig om hierachter te komen. Wel kun je alvast vragen of het grasland bemest is. Waar je ook een analyse voor nodig hebt, is het suikergehalte van het ruwvoer. Dit is vooral van belang voor paarden met insulineresistentie of een geschiedenis van hoefbevangenheid.

Tenslotte steek je altijd even je neus in het ruwvoer. De geur zegt vooral iets over de conservering of bederf dat mogelijk is ontstaan tijdens de opslag. Vers ruwvoer ruikt fris en aromatisch of een beetje fris-zuur (kuilvoer). Een muffe geur duidt op schimmelgroei die kan overgaan in een muf-zure geur, al is dat bij kuilvoer soms lastig te beoordelen. Kuilvoer kan broeien en warm zijn, de geur is dan vaak zoetig. Broei vermindert de energie- en eiwitwaarde van het voer, maar kan voor de vertering weinig kwaad. Toch moet je erg opletten omdat gebroeid kuilvoer zeer snel beschimmeld raakt. Stinkend kuilvoer is nooit goed, meestal zie je daar ook schimmelgroei in.

Gradaties ruwvoer

Om het niet nodeloos ingewikkeld te maken, kun je ruwvoer in drie categorieën indelen: fijn, midden en grof. In fijn ruwvoer zie je meer blad ten opzichte van stengels en geen aren of pluimen en voel je weinig tot geen prik in je handpalm. In midden ruwvoer is de verhouding tussen blad en stengels ongeveer fiftyfifty, er komen bloeiwijzen voor, maar niet heel veel. Het voelt redelijk stevig, maar prikt niet hard in je handpalm. In grof ruwvoer zie je vooral stengels, aren en pluimen en weinig blad. De stengels prikken in je handpalm.

Wat is geschikt?

Fijn en zacht ruwvoer levert meer energie en eiwit dan grof en hard ruwvoer. Van een rijke kwaliteit ruwvoer heeft een paard minder nodig om dezelfde hoeveelheid energie binnen te krijgen dan van een arme kwaliteit ruwvoer. Omdat veel ruwvoer eten de gezondheid en welzijn ten goede komt, is het goed de kwaliteit te kiezen waar het paard zoveel mogelijk van mag eten zonder te dik te worden. Onbeperkt ruwvoer eten is in veel gevallen niet mogelijk, ook niet van grofstengelig ruwvoer, tenzij paarden vrij veel werken.

Elk paard dient minstens een bepaalde hoeveelheid ruwvoer te krijgen. Deze norm is afhankelijk van het gewicht van het paard en is te berekenen als 1 tot 1,25 procent van het lichaamsgewicht. Een paard van 500 kg heeft dagelijks minimaal 5 tot 6,25 kilogram drogestof ruwvoer nodig. Omgerekend naar vers product komt dit neer op ca.6-7,5 kg hooi of 7-9 kg kuilvoer per dag, afhankelijk van het drogestofgehalte. Geef je een sober paard met een lage energiebehoefte een rijke kwaliteit ruwvoer, dan krijgt hij met de minimaal noodzakelijke hoeveelheid per dag mogelijk al te veel energie binnen. Het paard krijgt net genoeg ruwvoer, maar wordt wel te dik. Minder ruwvoer geven zou nodig zijn om te vermageren, maar leidt dan tot andere klachten omdat de vezelopname te laag is. De  oplossing is dus om een andere kwaliteit ruwvoer te zoeken. Veel paarden hebben meer energie nodig hebben dan de minimale hoeveelheid ruwvoer. Meer ruwvoer is dan de beste oplossing. De maximale opname aan ruwvoer ligt bij 2 procent van het lichaamsgewicht aan droge stof. Met onbeperkte ruwvoeropname is de energieopname mogelijk juist meer dan de behoefte voor bijvoorbeeld paarden op rust. Zonder werk leidt dit makkelijk tot een te dik paard. De balans moet gezocht worden in de optimale ruwvoervoorziening en controle van de body condition score.

Hoe meer, hoe beter

Hoe meer ruwvoer een paard mag eten zonder te dik te worden, hoe beter. Heeft het paard een hoge energiebehoefte en/of relatief weinig tijd om te eten, dan kies je een rijkere kwaliteit. Daarnaast levert fijn en zacht ruwvoer wat meer eiwit, waar bijvoorbeeld jonge paarden in de groei of merries met veulens veel behoefte aan hebben. Voor paarden met een slecht gebit leidt grofstengelig ruwvoer tot opnameproblemen en vermagering. Dan moet je dus zoeken naar een zachter type hooi. Het gros van de paarden is echter gebaat bij een redelijk grofstengelig ruwvoer. Ze zijn langer bezig met kauwen, produceren meer speeksel en slijten het gebit gelijkmatiger af. Kies de kwaliteit ruwvoer die het beste bij je paard past en probeer daarbij uit te gaan van een zo groot mogelijke ruwvoeropname. Deze kwaliteit kan je beoordelen voor zowel kuilvoer als hooi. Kuilvoer voor paarden is relatief droog, maar wel iets vochtiger dan hooi. Bij een vergelijkbaar maaistadium kan kuilvoer minder hard en prikkelig aanvoelen. Kijk dus ook goed naar de stengel/blad verhouding en de hoeveelheid bloeiwijzen.

Lees ook:
Waarom is ruwvoer zo belangrijk voor een paard?
Het nut van ruwvoeronderzoek
Hoeveel voer heeft een paard nodig?

Vind je dit een interessant artikel? Volg Paardenvoerplein dan op facebook!

Weet wat je paard eet. Abonneer je nu op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte! Nu abonneren