#Supplementen & Extra's

Heeft je paard extra zout en andere elektrolyten nodig?

Foto: Lonneke Ruesink

Als het zo warm is dat je zelfs al tijdens de ochtendtraining peentjes zweet, verliest je paard veel vocht. Uitdroging en een elektrolytentekort kunnen bij warm weer en intensieve training een probleem worden. Heeft je paard een aanvulling nodig?

Door te zweten regelt het paard zijn lichaamstemperatuur. Met het zweten verliest het paard niet alleen water, maar ook veel elektrolyten (lichaamszouten of mineralen). Deze elektrolyten bestaan vooral uit natrium (Na), kalium (K) en chloride (Cl), een beetje calcium (Ca) en magnesium (Mg) en een zeer kleine hoeveelheid sporenelementen.

Elektrolyten hebben belangrijke functies in het lichaam. Natrium en kalium regelen onder meer de vochthuishouding. Bovendien zijn ze onmisbaar bij de prikkelgeleiding van zenuwen en dus voor aansturing van de spieren. Chloor draagt bij aan het zuur-base evenwicht in het lichaam en is onderdeel van gal en maagzuur. Tekenen van elektrolytentekort zijn onder meer verminderde prestaties en spierkrampen.

Het zweet van paarden is anders van samenstelling dan dat van mensen. Het is veel geconcentreerder, waardoor een paard relatief veel meer zouten verliest dan een mens. Paarden kunnen zo veel zouten verliezen met zweten dat de concentratie in het bloed afneemt, waardoor hij geen dorstprikkel krijgt. Het paard gaat daardoor soms niet drinken, ook al is hij uitgedroogd.

Wanneer en hoeveel?

Zowel ruwvoer als krachtvoer bevat weinig natrium, wat betekent dat alle paarden dagelijks een aanvulling nodig hebben met keukenzout (natriumchloride, NaCl). Voor recreatiepaarden volstaat vaak een zoutblok of los zout dat ze naar behoefte op kunnen nemen. Let bij een zoutblok wel op dat ze het ook echt gebruiken.

Bij paarden in training zou je één of twee keer per dag 30 gram natriumchloride aan het voer kunnen toevoegen, afhankelijk van de mate van training en zweten. Je weet niet zeker of hij daarmee te veel of te weinig krijgt, maar dat weet je bij een zoutblok ook niet. Het is overigens beter om iets te veel te geven dan te weinig. Wil je zeker zijn dat je voldoende geeft, dan kun je de behoefte (laten) uitrekenen.

Door de aanvulling met keukenzout krijgt een paard niet alleen natrium maar ook voldoende chloride binnen. Ruwvoer bevat veel kalium en een paard dat voldoende ruwvoer krijgt zal normaal gesproken dus geen kaliumtekort hebben. Dagelijkse aanvulling met kalium is dan ook niet nodig.

Extra zouten

Als je paard erg veel zweet, zoals bij zware trainingen en wedstrijden, op erg warme dagen, of bij een lange intensieve bosrit, kan het nodig zijn om extra zouten te geven. Er is dan naast extra natriumchloride ook kaliumchloride (dieetzout of lo-salt, KCl) nodig. Dat laatste geldt ook als een paard weinig ruwvoer krijgt, maar dat is iets wat je sowieso niet moet willen.

Hoeveel moet je dan geven naast de dagelijkse aanvulling? Daar is helaas geen algemeen antwoord op te geven, want die hoeveelheid is afhankelijk van hoeveel een paard zweet. De hoeveelheid zweet hangt weer af van de omgevingstemperatuur, de trainingsduur en -intensiteit en de fitheid van het paard. Fitte paarden zweten minder.

Een paard zweet in een gematigd klimaat bij lichte tot matige arbeid ongeveer 5 liter per uur, maar in hete en vochtige omstandigheden kan dit gemakkelijk verdubbelen. Je paard voor en na inspanning wegen (op een weegschaal, niet met een lint) kan een goede indicatie geven, mits je corrigeert voor andere verliezen (mest, urine) en opname (eten, drinken). Vaak wordt een half uur tot 3 uur na de inspanning een dosis van 30 à 40 gram van een 3:1 natriumchloride-kaliumchloride mengsel gegeven. Bij langere inspanning of hogere temperaturen is meer nodig. Endurancepaarden krijgen 1 à 2 uur voor de wedstijd en tijdens de wedstrijd elektrolyten. Bovendien kan het bij endurance verstandig zijn om naast natrium, kalium en chloride, ook calcium en magnesium te geven om stofwisselingsproblemen te voorkomen.

Hoe?

Elektrolyten kun je aan je paard geven met het voer, in het drinkwater of als een (kant-en-klare) pasta die met een spuit in de mond wordt gegeven. Zorg altijd dat het paard daarna voldoende kan drinken. Schakel een dierenarts in als je paard niet wil drinken of extreem uitgedroogd en/of uitgeput is. Doe dat ook als herstel na de inspanning niet snel genoeg gaat.

Elektrolyten zorgen bij gezonde paarden in principe voor een dorstprikkel, maar dit werkt helaas niet altijd. Geef paarden waar het niet zo werkt nooit geconcentreerde elektrolyten, maar geef een alternatief. Zoek thuis al uit hoe het bij jouw paard zit.

Vaak wil een paard niet meer eten na een dosis elektrolytenpasta. Heeft een paard ook voer nodig, zoals bij een endurancerit, geef zo’n pasta dan na het voeren. Sterk geconcentreerde pasta’s zijn slecht voor paarden met maagzweren. Als je paard daar gevoelig voor is, overleg dan met je dierenarts over alternatieven.

Een mooie manier om zout te verstrekken en drinken te stimuleren, is het geven van zout water (met niet meer dan 9 gram natriumchloride per liter water) vlak na de inspanning. Dit wordt gevolgd door gewoon water later na de rit. Om problemen op de wedstrijd te voorkomen moet je je paard thuis al aan zout water laten wennen.

Elektrolytenmixen zijn niet altijd nodig, maar kunnen wel handig zijn. Vaak zitten hier niet alleen natrium, kalium en chloride in, maar ook calcium en magnesium. Verder worden wel eens (maagzuur)buffers toegevoegd. Glucose (dextrose/suiker) is niet nodig voor het herstel van de elektrolytenbalans, maar wordt soms toegevoegd voor de smaak. Handig dus als je paard kieskeurig is en niet makkelijk eet en drinkt. De elektrolytenmix wordt er wel minder geconcentreerd door en je moet er dus meer van geven.

Ook interessant:
Let op de zoutopname: niet te veel en niet te weinig

Vond je dit een interessant artikel? Volg Paardenvoerplein dan op Facebook!

Weet wat je paard eet. Abonneer je nu op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte! Nu abonneren